|
vraag 214
Informatie gezocht over verzending van post per
schip in de dertiger jaren naar de VS Veel ging van Rotterdam per HAL
maar er ging ook post met Duitse en Franse schepen die post innamen in
Cherbourg en Le Havre.
Reacties naar de webmaster
Ik raad u aan om de Website van de Koninklijke
Bibliotheek te raadplegen, waarin kranten uit de 30-er
jaren zijn ingecscand, met daarin o.m berichten over de
verzending van post naar de verschillende werelddelen:
http://kranten.kb.nl/
Hans Kremer
vraag 213

Wie kan iets meer vertellen
over het gebruik en eventuele andere bijzonderheden van
het afgebeelde luchtpostblad?
De kleur komt overeen met LP
blad nr. 8. Het accent op de E van Aerogramme komt pas
voor het eerst voor op LP blad nr. 28. Er staat een
drukmerk op: ALG 55 en de afzender en dus ook de enige
gebruiker is de Hoofddirectie van de PTT in Den Haag.
Het opschrift "Service des postes" zou een legitimatie
voor portvrijdom kunnen betekenen.
Reacties naar de webmaster
vraag
212

Wie kan meer
vertellen over dit particulier bijgedrukte postwaardestuk met opdruk
HELMONDS THUISFRONT en het kasteel van Helmond daar tussen in.
Bijvoorbeeld waarom het gemaakt is en wie dit heeft gedaan en zijn er meer
van degelijke poststukken enz.
Reacties naar de webmaster
vraag
211

De vraagsteller is
op zoek naar de betekenis van het ovale stempeltje dat rechts van de Finse
rouwzegel is geplaatst op een naar Parijs verzonden postkaart. Zijn
gedachten gaan uit naar een Frans (?) aankomststempel of
distributiestempel. Welke francofiele filatelist zou hierover iets kunen
zeggen.?
Reacties naar de webmaster
vraag
210

Fins postwaardestuk
Dit model pws in formaat 152x60 mm in Finse waarden, is vanuit de toen
Finse plaats Wiborg, datum 14-X-90, verstuurd naar Rusland. In de
katalogus van Rich. Grandberg (1934) zijn van dit type enveloppe 2
formaten gegeven n.l. 150x85 mm en 150x120 mm. Wie weet een antwoord over
dit pws in formaathoogte van 60 mm. Het stuk is niet versneden!
Reacties naar de webmaster
vraag
209

Finse briefkaart
Vanaf 1 januari 1892 was het verboden poststukken met bestemming Rusland
te frankeren in Finse Marken. De briefkaart van 10 penni, verstuurd naar
St. Petersburg in Rusland, was niet geldig en werd daarom bij aankomst
beport. Het kort is 14 Kop, het dubbele van briefport. De zegel is
afgestempeld met het treinstempel Kouvola-Kotka met datum 21-VII-92. Boven
de datumbalk staat een E. Wat betekent deze E in het stempel?
Reacties naar de webmaster
vraag
208

De vraag betreft
(helaas) een briefvoorzijde. De brief is verzonden van Oisterwyk (zie
langstempel in zwart/rood rechtsboven) aan een geadresseerde in Utrecht.
Blijkbaar was de brief te zwaar, want op de voorzijde is het stempel
“ontoereikend” afgedrukt en is tevens een grote “10” door het adres
geschreven. Als normale route zou ik verwachten: Oisterwijk
(hulppostkantoor van Tilburg), via Tilburg over Den Bosch naar Utrecht.
Wat dus opmerkelijk is, is het tweeletterstempel Rotterdam. Waarom is deze
brief blijkbaar over Rotterdam verzonden in plaats van via Den Bosch? Als
ik mijn gedachten de vrije loop laat, komen als mogelijke verklaringen:
Waren op dat moment de oversteken over de Maas en de Waal bij Den Bosch
niet bruikbaar als gevolg van hoog water? Gezien de datering 7 augustus
1867 lijkt dat niet in de lijn der verwachting te liggen. Was het geen
brief maar een pakketje, een brief met een monster zonder waarde, wat te
groot was om via Den Bosch verzonden te worden? Was het een aangetekende
brief, zie No 392 bovenaan de brief, die een andere route moest volgen?
Mijn vraag is: wie heeft een mogelijke verklaring? Het
betreft slechts een briefvoorzijde; eventuele andere postale aantekeningen
en stempels die de oplossing hadden kunnen geven zijn helaas verloren
gegaan.
Reacties naar de webmaster
reactie:
Toevallig is een vergelijkbare brief in de veiling van
september 2009 bij Van Dieten Postzegelveilingen als kavel 3087 aan bod
gekomen. Het betreft een aangetekende brief, verzonden aan dezelfde
geadresseerde te Utrecht. Ook met een naamstempel van een
hulppostkantoor uit Noord-Brabant (Geldrop in dit geval), en ook
met een dagtekeningstempel van Rotterdam. Daarbij ben ik echter uitgegaan
van de verzending uit Rotterdam, en niet vanaf het hulppostkantoor. Ik heb
deze brief als volgt omschreven:
5 Cent nr. 4B in vrijwel prachtpaar op dichtgeplakt couvert (az. ter
bescherming wit papiertje geplakt op 3 lakzegels), aangetekend verz. van
Rotterdam 3-12-1867 naar Utrecht (az. as.). Het dagtekeningstempel van
Rotterdam heeft dezelfde oranjerode kleur als het stempel “aangeteekend”
(K.107 met achthoekige omkadering). Rechtsboven staat een zwarte afdruk
van het naamstempel “Geldrop”, en dit is voor ons onverklaarbaar.Niemand
heeft hiervoor een plausibele verklaring kunnen geven. Welk Po & Po-lid
heeft de oplossing? Peter Storm van Leeuwen
reactie:
Na een gedachte 'Culemborg' laat een blik op
www.ixquick.com en van daar uit op
http://nl.wikipedia.org/wiki/Kuilenburgse_spoorbrug zien dat de
spoorlijn Utrecht - 's-Hertogenbosch pas in 1868 werd geopend. Dan is
vervoer via Rotterdam in 1867 dus niet verrassend. 2009-10-14, Frans van
de Rivière
vraag
207

Is dit een postwaardestuk en zo ja
is het uitgegeven voor een speciale gelegenheid? Het vernietigingsstempel
is het zogenaamde gesloten waterrad stempel dat in Beieren gebruikt werd
van 01-08-1850 tot 09-03-1869. Werd dit stempel in 1912 hergebruikt of was
dit slechts ter gelegenheid van de tentoonstelling? Of is het gehele stuk
misschien een vervalsing?
Reacties naar de webmaster
Zonder een diepgaand onderzoek te
doen vallen hier toch wat opmerkingen te maken. - Het postwaardestuk is
vermoedelijk een gewone Beierse briefkaart voor lokaal tarief, gedrukt in
1911 (zie rechtsonder). - In de jaren voor de eerste wereldoorlog werden
er in vele landen, ook Duitsland en ook Nederland, te pas en te onpas bij
beurzen en tentoonstellingen 'filatelistische lekkernijen' door speciale
tentoonstellingsstempels en/of speciaal drukwerk gecreëerd. - Misschien
heeft er op deze 'Gewerbeschau' wel een poststempelmachine (toen nog iets
nieuws!) gestaan. - Het filatelistisch geïnspireerde stempel bestaat uit
een 'stempelkop' 'waterrad 51' en daarnaast (als stempelvlag) een
(kennelijk verstelbaar) datumstempel, losjes gebaseerd op drieregelige
niet-ronde poststempels zoals die in de tweede helft van de 19e eeuw voor
de wat langere plaatsnamen werden gebruikt. Het lijkt dus meer op een
speciaal stempel dan op hergebruik van iets ouds. - Zou het geheel een
vervalsing zijn? Nee, onwaarschijnlijk, waarom zou het? En ook het
bestellersstempel '336' pleit daartegen. - Voor meer
gedetailleerde informatie zou eventueel via
www.poststempelgilde.de
navraag gedaan kunnen worden. - Even zoeken op
www.ixquick.com (naar 'Gewerbeschau
München 1912') levert ook meteen al tientallen
verwijzingen ('hits') op. - 2009-10-17, Frans van de Rivière.
vraag
206

Wie kan de route vertellen van deze
brief, gericht aan (de) Anton Philips in Larchmont, New York in de V.S, in
1941.
Reacties naar de webmaster
Reactie: Deze brief verzonden op 10 september 1941 is
eerst verzonden naar Keulen waar bij door de Leitstelle is verstuurd
naar Berlijn alwaar bij gecensureerd is bij de ABP Berlijn. Vanaf
Berlijn is de brief per trein naar Lissabon verstuurd waar hij per schip
naar de VS is verstuurd.
Groet,
Hans van der Horst
vraag
205
 |
Graag wil ik de leden van Po&Po laten
meedenken over het navolgende briefje die ik onlangs heb aangeschaft .De
brief is voor 100% volgens de eisen van art.10 van de Postwet van 1850
geadresseerd.
a) de rang is vermeld.
b) het regiment en compagnie eveneens
c) zelfs het terrein waar deze soldaat gelegerd was is aangegeven, een
fonetisch geschreven "Chassé".
De vraag is of deze brief die, hoogst waarschijnlijk, oorspronkelijk
bestond uit een dubbel folio-vel, gefrankeerd is volgens het tarief naar
gewicht en afstand, dus 10 cent. Of dat deze brief is gefrankeerd met 10
cent zijnde het gereduceerde port van het dubbele tarief t.w. zwaarder dan
15 wigtjes en meer dan 30 landmijlen.
Heel vaag staat op de achterzijde een met potlood geschreven "10". Maar
dat kan natuurlijk ook naderhand zijn toegevoegd. De postale toevoeging is
het stempel omlijst "na posttijd" K127 in rood en het aankomststempel
Breda achterzijde K44 rood. Verder staat vast dat deze militair later is
gesneuveld in Banjoemas, Nederlandsch-Indië. Afkomstig was uit Nederbrakel
en als Flankeur diende in het Leger.
Het "Chassé"- terrein lag binnen de wallen/verdedigingswerken van de stad
Breda. In 1875 zijn deze verdedigingswerken gesloopt.
Reacties naar de webmaster
vraag
204
Slave
trading letter sent August 1764 from the West-coast of Africa to
Middelburg via Texel & Amsterdam
Question is: What is the origin? As far as I can see it is the "Rheede of
Bou La Hou". The word "Rheede" is indicating a larger harbour. Can
anyone explain the "Amst" on the reverse side?
Reacties naar de webmaster
Reactie: We zullen dit nogal incompleet afgebeelde stuk
maar classificeren als afkomstig van de rede van Kaap de Goede Hoop. De
briefschrijver heeft dat op zijn/haar manier verbasterd. Jan Vellekoop
Nog een reactie: The origin is most likely the town of Grand Lahou in
Ghana, where in the 18th century the Dutch had a trading post (ivory,
slaves). The shore is very difficult to reach by larger vessels because of
the breakings and many sandbanks.
Peter Storm van Leeuwen.
Nog een reactie: 204. De brief kwam aan op de Reede van Texel. De Texelse
post vervoerde brief naar Amsterdam. Daar werd het ATP stempel geplaatst,
en eveneens de 6 met krijt voor 6 stuiver aangebracht. Vanuit amsterdam
ging de brief in het pakket naar Steenbergen, en verder met de Zeeuwse
Landpost naar Middelburg. De postmeester in Steenbergen sorteerde het
pakket brieven en noteerde meestal met inkt op de achterzijde het
herkomstmerk: Amst voor Amsterdam. Voor het laatste traject nam de
Landpost de brief via Tholen, Yrseke en Goes mee tot Middelburg. ook voor
Amsterdam - Middelburg moest 6 stuiver betaald worden. Door de ontvanger
werd 12 stuiver port betaald.
Hotze Wiersma
vraag
203
Van
bovenstaand poststuk is het stempel VELDPOST / OLIFANT / Y-BRIG bekend.
Maar wie kan mij meer vertellen over het stempel van 1e COMP / OLIFANT /
IIe BAT? Waren er ook bij de andere subeenheden dergelijke stempels?
Reacties naar de webmaster
vraag
202
 |
The postcard was written from
Pladjoe ant sent to Switzerland in 1904. My question : Is the violet mark
in the lower left of the card reading "PLADJOE. Dec.1904 P.M.M.E." a
sender's mark, or is it a postmark of Pladjoe? and what does P.M.M.E.
mean?
I'd appreciate very much if you could place the question to your members
and would be happy if the answers could be given in english, german or
french.
Respectfully yours,Peter Bamert Switzerland. Reacties naar de webmaster
Reply: The postcard was sent from the nearby post office
of Palembang 3 December 1904 via the Dutch East Indies Postal Agent at
Singapore to Bern. Pladjoe lies just southeast of the city of Palembang,
across the river Moesi, and had an enormous oil-field. The mining company
exploring that oil-field in
those years was the "Petroleum Maatschappij Moeara Enim". Thus the violet
cachet "Pladjoe / Dec. 1904 / P.M.M.E." is not a postal cancel but a
sender's stamp from that Petroleum Company.
Peter Storm van Leeuwen
Another reply:
The probable solution to this challenging question is: P.M.M.E. =
Petroleum-Maatschappij Moeara Enim. -- Pladjoe (current spelling Plaju)
is, according to the findings of search engine
www.ixquick.com, the oil industry
harbour of Palembang; see
http://www.leidenuniv.nl/fsw/nas/pub_palembang.htm. The Bataafsche
Petroleum Maatschappij (later a.k.a. 'Koninklijke Olie'/Royal Dutch/Shell)
apparently took over the existing oil operations from 'Moeara Enim' in
1907, turning 'Moeara Enim' into an investment company.
http://www.business.com/directory/financial_services/nv_petroleum-maatschappij_moeara_enim/profile/
A map, showing Plaju and Muara Enim, is provided by
http://www.indonesiafilm.com/sumsel.htm. --
2009-03-30, Frans van de Rivière
vraag
201
Aangetekende brief 1937van USA naar kwekerij Tulpenburg in Amsterdam.
Voorzien van o.a. de volgende stempels : Gemeente Politie
Hillegom + Return to sender Delivery forbidden by
judicial sentence De kleur van deze twee stempels is
identiek en wijkt af van het Amerikaanse "return handje" stempel op de
voorzijde. Het lijkt er dus op dat in Hillegom bij
de politie ( of post?) dit engelstalig stempel aanwezig was???
De vraag is waarom werd dit stuk retour gezonden? Reacties naar de webmaster
vraag
200
Pakketkaart uit 1910 van
Lochem via Emmerich naar Ch. Op de achterzijde afdrukken van een Hongaars
zegelbeeld.Dacht zelf dat bij Fa. Joh. Enschede misschien een partij
karton gebruikt was als restmateriaal/misdruk/etc/etc van Hongaarse
briefkaarten o.i.d.
Bij navraag bij het museum van Joh. Enschede krijg ik te horen dat
Enschede nooit zegels of postwaardestukken voor Hongarije gedrukt hebben.
De curator kan niets bedenken waarom die afdrukken er op staan. Aangezien
het transitstempel van Emmerich duidelijk OVER een indruk is geplaatst
moeten deze rode afdrukken er dus al vanaf Nederland opzitten.
De vraag is: Weet iemand hoe dit zou kunnen zijn gebeurd en bestaan er
meer exemplaren van
Reacties naar de webmaster
vraag
199
Wie kan wat vertellen over de route van dit luchtpoststuk?
Reacties naar de webmaster
vraag
198

Expeditiebedrijf Van Doorn vervoerde in en
kort na WOII post tussen verschillende plaatsen. Wie weet hier meer van en
weet waar Van Doorn gevestigd was?
Reacties naar de webmaster
De geadresseerde was (verbonden aan de Ambachtsschool)
in Apeldoorn. De afstempeling is van stempel 11 uit Apeldoorn, 17 juni
1945. Als er geen afzenderaanduiding achterop staat (met een ándere
plaatsnaam), is het etiket linksboven van Van Doorn wellicht een
afzender-aanduiding; dus
Van Doorn uit Apeldoorn. Anders zou het moeten gaan om een achteraf/onderweg
afgestempelde envelop; zie vraag 197. - 2009-02-19, Frans van de Rivière
vraag
197

In de Stempelrubriek uit "De Philatelist" staat
op blz 293 een stempel omschreven als:
"EEN NIEUWJAASRS-STEMPEL?
Op een fragment van een prentbriefkaart was het 1 1/2 cent frankeerzegel
vernietigd met een stempelafdruk in bijgaande tekening. Kan iemand ons
inlichten waar en wanneer deze wijze van vernietiging werd toegepast?"
Reacties naar de webmaster
Reactie: Het afgebeelde stempel is de Belgische
variant voor afstempeling onderweg / achteraf. Het poststuk zal wel een
Belgische geadresseerde (bestemmeling) gehad hebben.
Voor de vernietiging onderweg / achteraf van niet gestempelde binnen- en
buitenlandse postzegels hebben verschillende landen verschillende systemen
gehanteerd:
In Nederland werd vanaf 1938 gestempeld met rondstempels zonder datum:
jarenlang POSTERIJEN, daarna POST * POST *, ptt post ptt post, tpg post
tpg post, thans tnt post tnt post.
In België werden ronde datumstempels met sierrand, zonder plaatsnaam,
gebruikt. (het onderwerp van deze vraag) In Duitsland werden (na een
periode van rubber tekststempels 'In ... nachträglich entwertet') vanaf de
jaren dertig ronde stalen plaats-datum-stempels gebruikt, die onderin
'Nachträglich entwertet'
hadden staan. Tegenwoordig heeft men ronde rubber stempels met 'Deutsche
Post / Nachträglich entwertet' zonder plaats en datum. In
Zwitserland gebruikt men stempeltjes met drie golflijntjes, en ik
geloof in Oostenrijk ook iets dergelijks. In alle landen zijn/worden tegen
de regels (bij ongeluk of expres) ook wel de gewone plaats-datum-stempels
voor afstempeling onderweg/achteraf gebruikt, hetgeen dan vaak alleen bij
buitenlandse postzegels opvalt. Veel vragen over 'rare'
afstempelingen zijn op in het buitenland geplaatste afdrukken terug te
voeren, zoals POST POST op een Britse zegel, golflijntjes op een
Nederlandse zegel of 'Nachträglich entwertet' op een Mexicaanse zegel.
2009-02-17, Frans van de Rivière
Nog een reactie: Dit stempel is (nagenoeg) identiek aan het in
Brussel gebruikte “stomme stempel”, in België als “diamantstempel” bekend
(vorm van een diamant).
Dit werd gebruikt als een postzegel niet was afgestempeld op de plaats van
vertrek. Indien nodig stuur ik een scan. Met groet, Adam van der Linden
vraag
196
In
Utrecht is de kleinrondstempel gebruikt met in plaats van uurkarakters
de letters R.P.S.B,
Ze zijn
gevonden op portzegels van 2½, 15 an 25 cent (emissie 1894, dus type
III)
Niet op
andere portwaarden
Wie weet
hiet meer van?
Reacties naar de webmaster
R.P.S.B. is vermoedelijk een vast onderdeel van de
stempeltekst, en niet een uitwisselbaar blokje. De RijksPostSpaarBank had
voor zijn stempelingen geen uurtijd nodig. - Frans van de Rivière,
2008-10-24.
vraag
195
In Haarlem
is op 2 februari 1912 de grootrondstempel gebruikt met de uurkarakters 4
- 8N
Tot nu toe
alleen bekend op de ½ cent portzegel emissie 1896.
Wie weet hier meer van?
Reacties naar de webmaster
Zoals drukwerkverzenders anno 2008 de keus hebben tussen
24-uurs en 48-uurs verzending, zo zal ook anno 1912 (met o.a.
drukwerkrolstempels met alleen '12 of zonder enige datum) de verzending en
dus de stempeling van drukwerk minder tijd-kritisch geweest zijn dan van
brieven en briefkaarten. Met een vier-uurs-blokje kon men 'partijenpost'
dan gewoon doorstempelen, terwijl die links en rechts werd ingehaald door
briefpost waarbij snelheid essentieel was in tijden met nauwelijks
telefoon en zonder telex, fax, e-mail en SMS. - 2008-10-24, Frans van de
Rivière.
vraag
194

Bijgaand een
veelvoorkomende kaart van de Uiver Memorial Flight. Op de kaart, staat
links onder het stempeltje "Retour a l'expediteur", een 0 en een 3. Ook
staan er iets boven het midden van de kaart en onderaan de kaart,
rijen met blauwe stippen.
Weet iemand de
herkomst of betekenis van deze verschijningen?
Reacties naar de webmaster
De blauwe stippen en de cijfercode zijn
sporen van het sorteerproces bij de Britse posterijen. 2008-10-06, Frans
van de Rivière
vraag
193
Op inkomende
buitenlandse brieven is vaak het strafport vermeld in goudcentimes. In
Posthistorische Studies VI van Goldhoorn wordt in de tekst een aantal koersen
van de goudfranc genoemd, maar bestaat er ook een volledige "koerslijst"?
En gelden voor Nederlandsch Indië dezelfde koersen als voor Nederland?
Reacties naar de webmaster
De koers van de goudfranc t.o.v. valuta veranderde
doorlopend. PTT gebruikte er één tot dat zij het nodig oordeelde deze aan
te passen.. Ik meen dat in de Staatscourant een wijziging werd
gepubliceerd.
Voor de portheffing werd vanaf april 1939 afgestapt van berekening via de
goudfranc, daarvoor alleen als het te innen port niet in centimes op het
stuk was vermeld.
De Oost-Indische PTT bepaalde haar koers t.o.v. de goudfranc
Luuk Goldhoorn
vraag
192

Ik
probeer momenteel de (straf)porttarieven mijn Indische Portzegeltjes op
brief te "verklaren". Dat valt niet altijd mee. Daarom wil ik eens zien of
onze Po&Po vraagbaak uitkomst kan bieden. Bijgaand een luchtpostbriefje
van 9 gram, verzonden 18-5-1936 van Den Haag naar Soekaboemi. Frankering met
56 cent is vereist (Briefport 6 cent + Luchtrecht 50 cent), maar geplakt
is 37 cent. Dus tekort 19 cent, zoals ook links op het briefje vermeld:
T19. Maar... Hoe is de portzegel van 12 1/2 cent te verklaren?
Reacties naar de webmaster
Zou 'T 19' in Soekaboemi voor 19 goudcentimes in plaats
van 19 cent aangezien kunnen zijn?
2008-10-06, Frans van de Rivière
vraag
191
Wie heeft voor mij informatie m.b.t.
het vierkante stempel VELDPOST / 31 JAN 1942 / M.L.
Graag wilde ik weten waarvoor het gebruikt werd en of de letters M.L.
staat voor Militaire Luchtvaart.
Ook informatie betreffende " VII Afd. Glen Martin " is welkom. Ik weet dat
Glen Martin een vliegtuig fabrikant was. m.v.g. Hans R.
Holdijk
Reacties naar de webmaster
vraag
190
In het NMP van
november 1950 is het volgende te lezen:
Machinestempels. Verzamelaars van deze soort stempelafdrukken kunnen bij
het verenigingsnieuws van de Ver. van Poststukken en Stempelverzamelaars
"Het Noodstempeltje" een aanjkondiging vinden omtrent de herdruk van het
boekje "Machinestempels"van den Heer F.W.v.d.Wart Jr."
Wie van onze (oudere)
leden kan iets meer vertellen over "Het Noodstempeltje"?
Reacties naar de webmaster
Ik weet niet veel over het "Noodstempeltje", maar in
de Postzak van mei 1951 staat de volgende mededeling: Tot zijn grote
voldoening kan het bestuur u mededelen, dat door de nieuwe regeling van
de Maandblad-abonnementen onze Vereniging tot het maandblad is kunnen
toetreden, waardoor
het Noodstempeltje kon worden opgeheven.
met vrgr Brugt Kazemier
Er kan bij sommigen wellicht enig
misverstand ontstaan over de vermelding van "Het Noodstempeltje" in
relatie tot de heer F.W. van der Wart, omdat deze zich binnen Po & Po
bezighield met stempels en stempelrubrieken in De Postzak. Daarom de
volgende toelichting.
Na de officiële oprichting van Po & Po
(Utrecht, 8 september 1946) is op 27 september 1946 een mededeling
gezonden naar de leden van de fuserende verenigingen inzake het
stopzetten van de toezending van het Nederlands Maandblad voor
Philatelie. "Gebleken is dat bijna alle leden reeds het Maandblad
ontvangen uit hoofde van hun lidmaatschap van een der
postzegelverenigingen, zodat een handhaven van hoge contributie en
Maandblad overbodig leek".
Dit bleek echter voor sommige leden
problemen te geven, zoals door mij kort beschreven in "Een greep uit
De Postzak" in De Postzak nr. 163 van september 1996 (blz. 334/335):
"Wel komt hieruit de toentertijd moeizame verhouding van Po & Po met
het Maandblad naar voren. Dit valt buiten het bestek van dit artikel,
maar ik wil voor de niet-ingewijden nog vermelden dat Po & Po destijds
twee soorten lidmaatschap kende: zonder en met toezending van het
Maandblad. De contributie bedroeg in 1951 drie gulden voor gewone
leden en vijf voor de leden die het Maandblad ontvingen via 'het
Noodstempeltje'."
In De Postzak nr. 17 van december 1950
staat onder de Mededelingen van het Bestuur een vergadering gepland
voor zondag 21 januari 1951. Op blz. 2 zijn met - inderdaad - een
noodstempeltje twee agendapunten ingelast: 5a Opheffing
Noodstempeltje, 5b Wijziging art. 6 & 8 H.R. Verdere informatie over
deze agendapunten is te vinden in de Bijlage bij deze Postzak, die
meestal zal zijn weggegooid en ook niet werd mee-ingebonden bij De
Postzak.
Dan volgt in De Postzak nr. 19 van mei
1951 op blz. 1 inderdaad de door de heer Kazemier aangehaalde tekst.
Daarna blijkt het leed nog niet uit de wereld, want in De Postzak nr.
21 van november 1951 komt op blz. 3 de contributieregeling opnieuw ter
sprake: "Uit verschillende vragen hieromtrent blijkt er nog enige
onzekerheid te bestaan. In principe bedraagt het lidmaatschap F. 5.-
per jaar Hiervoor ontvangt men dan tevens het Ned. Maandblad voor
Philatelie. Voor het geval dat men dit blad reeds via een andere
aangesloten (postzegel)-vereniging ontvangt, behoeft men slechts F.
3.- te betalen .....".
Dit is alles wat ik hierover heb
kunnen vinden in De Postzak en de daarbij verzonden bijlagen (voor
zover in mijn bezit). Ik weet niet of de Notulen van de
Bestuursvergaderingen uit de periode 1946/1951 nog bestaan. Daarin zou
men meer kunnen vinden over deze problemen en hoe men tot het begrip
"Het Noodstempeltje" gekomen is, maar dat lijkt mij na al die jaren
niet meer zo interessant.
Jan van den Berg.
vraag 189

Kan iemand vertellen of dit poststuk portvrij
verzonden is vanwege het geschreven woord watersnood?
Reacties naar de webmaster
Op de vraag over het briefkaartje/briefje van 1861 uit
Delft het volgende.
Er was een watersnood langs de Maas en de Waal in januari 1861.
Bij KB nummer 51 van 29 januari 1861 was door het departement van
Binnenlandse Zaken een algemene Verloting van voorwerpen van kunst en
smaak , ten behoeve van de noodlijdenden door den jongsten watersnood,
georganiseerd.
Bij circuliere 575 vab 29 januari 1861 werd voor de briefwisseling
hiervoor vrijdom van port bepaald. Met inachtneming van de voorschriften
omtrent de kruisband en contreseing (= warrmerking).
De commissie was gevestigd in 's-Gravenahge. De sub-commissies waren
verspreid over het land. De vrijdom gold ook voor provinciale - en
gemeentebesturen bij briefwisseling over dit onderwerp.
Dit soort "collecte-commissie", inclusief de portvrijdom hietrvoor zijn al
bekend vanaf 1825. De bepaling gold per "ramp".
Hotze Wiersma
vraag 188
Een drukwerkzending vanuit Duitsland
naar Nederland (Rijswijk), datum poststempel: 12-11-2007. Gezien de witte
sticker is de vraag: welke rol heeft SELEKTMAIL in de bezorging van dit
poststuk? SELEKTMAIL is een onderdeel van Deutsche Post World Net of is
TPG Post Nederland al eigenaar hiervan?
Reacties naar de webmaster
Global Mail is in 1997 opgericht onder de naam
'International Mail Services', in 2000 werd de naam echter gewijzigd in
'Deutsche Post Global Mail'. In januari 2005 werd de welbekende merknaam
DHL overgenomen door Deutsche Post World Net. Alle internationale
postdiensten werden vanaf dat moment wereldwijd aangeboden onder de naam
'DHL Global Mail'. Selekt Mail is in november 2002 opgericht als joint
venture van Deutsche Post World Net en Koninklijke Wegener. Daarbij werden
bestaande bedrijfsactiviteiten ondergebracht in de nieuwe combinatie. In
2005 werd een meerderheidsbelang verworven in het postbedrijf MailMerge.
Hiermee werd Selekt Mail in staat gesteld om ook post op alle Nederlandse
postbusadressen te kunnen bezorgen. In augustus 2006 werd MailMerge
volledig geïntegreerd binnen Selekt Mail. In Nederland bestaat DHL Global
Mail in haar huidige vorm sinds maart 2007. Om meer synergie te creëren
tussen de dochterondernemingen in de Benelux werden de postbedrijven
Selekt Mail, DHL Global Mail en Interlanden onderdeel van DHL Global Mail
Benelux.
Bron: DHL
vraag 187
Ik heb vier vragen bij bijgevoegde
brief uit 1844 van Valkenburg naar Parijs. Naast het vertrekstempel
"Valkenburg" is ook rechtsboven het stempel P.P. geplaatst. Dit laatste
stempel heb ik in Korteweg teruggevonden. Volgens mij is het K20 dat
gebruikt voor gefrankeerde post naar Frankrijk. Daarnaast staan er ook
enkele stempels in het oranje waaronder het stempels met de letters AED
en het stempel L.PB.R.3. en een nauwelijks zichtbaar stempel in het
blauw (midden van brief). Het stempel L.PB.R.3 stempel staat ook in
Korteweg (K119) maar wordt volgens Korteweg gebruikt voor ongefrankeerde
brieven. Het blauwe stempel moet volgens mij K55 zijn. Concreet
zijn mijn vragen:
- kunnen zowel K20 als K119 op eenzelfde
brief voorkomen
- wat is de betekenis van het stempel AED
- waar werden de stempels AED en L.PB.R.3
geplaatst (in Valkenburg of ergens onderweg)
- van welke plaats zou het blauwe
stempel K55 kunnen zijn (Maastricht lijkt logisch maar is het volgens
mij niet
Reacties naar de webmaster
De afzender wil de brief franco versturen, zie de notitie linksonder. Dan
moet hij de brief niet in de brievenbus van het kantoor deponeren, maar
persoonlijk op het kantoor ter hand stellen en met baar geld betalen.
De directeur moet het tarief berekenen tot Parijs. Daarvoor moet de brief
eventueel gewogen worden. Het gewicht werd meestal linksboven op de
voorkant geschreven. Het te betalen bedrag bij franco werd verzending
moest op de achterkant geschreven worden.
Valkenburg was in 1830 bij België gekomen en werd daar in 1838
postkantoor. Daarvoor kreeg het Belgische stempels zoals een dubbelrings
datumstempel (K 36b) en een stempel P.P. voor gefrankeerde brieven naar
het buitenland.
In 1839 komt Valkenburg terug bij Nederland. Van de Nederlandse posterijen
krijgt het dan voor ongefrankeerde brieven een datumstempel met de maand
in cijfers (K 42), een halfrond-francostempel zonder jaartal, type K 55;
een débourséstempel, type K 34; een rayonstempel voor ongefrankeerde
brieven naar Frankrijk L.P.B.3.R.
Het halfrond-francostempel werd geleidelijk vanaf 1838 ingevoerd, vanaf
1844 was blauwe inkt voorgeschreven. Dit stempel van Valkenburg is ten
onrechte niet in Kortweg, PEP en Vellinga beschreven.
Ongefrankeerd behandeld:
Waarom werd de brief ten onrechte als ongefrankeerd verwerkt? Dat is
gissen. Misschien had de afzender de brief in de brievenbus gedaan en was
de brief dus tussen alle ongefrankeerd te versturen brieven belandt. Of de
directeur van Valkenburg vergiste zich gewoon en stempelde per abuis voor
ongefrankeerd.
De feiten:
Op het kantoor werden met rode inkt het vertrekstempel Valkenburg, 29-11
en het rayonstempel L.P.B.3.R. geplaatst. Bij K 119 staat dit rayonstempel
van Valkenburg wel genoteerd. Gebruik op de achterzijde is merkwaardig. Ik
heb er hier geen verklaring voor. Opvallend is, dat de inktkleur van de
stempels van Valkenburg op de voorzijde zeer vaag is. Is de rode inkt
misschien afgevloeid, toen een fout ontdekt werd?
Toch gefrankeerd:
Daarna werd de brief alsnog behandeld als een franco verzonden brief. De
brief werd gewogen en op de achterzijde lijkt te staan: 7 ½ w, w = wigtjes
= gram. Voor een enkele brief Valkenburg – Valenciennes gold als tarief 35
cent, bij 6 tot 8 gram werd dat 5 cent meer, dus 40 cent.
De
tariefberekening moest in tweeën: het gedeelte tot het Franse grenskantoor
Valenciennes en het tweede gedeelte tot Parijs. Voor elk deel moest hier
40 cent betaald worden. De afzender betaalde in totaal 80 cent.
Volgens de circulaire van 1817 over Franse correspondentie moest op
gefrankeerde brieven naar Frankrijk het stempel P.P. = port payé in rood
gestempeld worden. Dat was correct. Maar, omdat na 1838 de
halfrond-francostempels werden ingevoerd, waarin ook het woord FRANCO
stond was het eigenlijk dubbelop. In 1846 werd het stempel P.P. in deze
functie in heel Nederland afgeschaft.
Valkenburg stempelde hier ook met het halfrond-francostempel in blauw.
De route:
De
route: Valkenburg 29-11, grenskantoor Maastricht, door België,
grenskantoor Valenciennes (stempelde met het dubbelrings stempel op 1
december), Parijs.
Het ovale stempel:
Het rode stempel A.E.D. in dubbele ovale omkadering heb ik eerder gezien.
Ik vermoed dat het bij aankomst in Parijs is geplaatst, de betekenis van
de afkorting en de functie van het stempel zijn me niet bekend.
Circulaire 125 van 1817 geeft een instructie voor postafhandeling voor
brieven naar en van Frankrijk.
Circulaire 289 van 1837 geeft een waarschuwing, dat het bij verkeerde
stempeling kan voorkomen dat zowel de afzender als de ontvanger voor de
brief moet betalen. Wanneer ook bij gefrankeerde brieven het rayonstempel
wordt gebruikt, komt de brief namelijk toch in de bundel bij de
ongefrankeerde. Dat kwam kennelijk nog al eens voor.
Hotze Wiersma
Het ovale stempel A.E.D. is een Frans
stempel, afgestempeld op buitenlandse brieven, waarmee werd aangegeven dat
het port tot de bestemming is betaald. De afkorting staat voor "Affrancie
à l'Étranger jusqu'à Destination". Zie bijvoorbeeld Van Dietenveiling 601
(mei 2006), kavel 2289.
Peter Storm van Leeuwen
The postage is not described correctly in the comments above.
A simple letter is weighing 0-7½ gram
The postage for a simple letter is:
Netherlands share 25 cent
French share 25 cent
The actual letter is weighting 7½-10 grams (See the "7½" at the rear)
This heavy letter will have the postage:
Netherlands share 25 x 1½ cent = 37½ cent rounded to 40 cent
French share 25 x 1½ cent = 37½ cent rounded to 40 cent
In total 80 cent. We see the two shares "40", "40" and the total of "80"
Erling Berger
vraag 186
Wie weet wat de Era series was en wie
is die mansperson die samen met Wilhelmina op deze plakzegel staat?
Reacties naar de webmaster

Inmiddels heb ik onlangs het e.e.a over deze sluitzegels
ontdekt. Ze werden uitgegeven door de ERA schoensmeerfabriek in Deventer.
Er waren er vijf in totaal. De tekts van de verschillende zegels moet als
één zin gelezen worden:
"Wij allen laten onze schoenen poetsen met de beste schoencreme ERA"
De persoon die met Koningin Wilhelmina op de zegel staat is vrijwel zeker
Pieter Cort van der Linden, premier van 1913-1918.
De andere personen heb ik nog niet kunnen identificieren.
Hans Kremer
Meer info van Hans vindt u in dit pdf
file
vraag 185
Vraag. Belasting, port, statistiekrecht?
De getoonde omslag,
verzonden van München via Rotterdam naar Deil in Gelderland, is een waar
mysterie.
Verondersteld wordt dat
de rose strook “belasting” belasting met extra portkosten betreft en
bijvoorbeeld geen invoerrechten. Het gaat immers om een monster zonder
waarde.
Er zijn vragen over het
gele stickertje, is het 15 cent of 15 pfennig?
Wat houdt de zegel met 4
cent statistiekrecht in? En waarom?
Kortom, deze enveloppe is een mysterie.
Reacties naar de webmaster
Een
voorlopig antwoord luidt als volgt:
De
BELASTING-strook p57 (bestaat al vanaf 1882) is sinds 1903 bekend als
strook wegens verschuldigde belastingen en verrekeningsbedragen en sinds
1908 als "belasting". Er zijn vele typen van; de inklaringskantoren
plakten dit etiket of zetten het stempel vrij van belasting. Vanaf 1934
werden de namen van de inklaringskantoren op de stroken vermeld.
De 4 cent statistiekrechtzegel is een fiscaal vignet voor het opnemen in
de handelsstatistiek van postpakketten van en naar het buitenland met
aangegeven waarde en/of aangetekende stukken. Maar het is ook bedoeld voor
overige aangetekende stukken uit het buitenland die door het
inklaringskantoor waren voorzien van etiket P57. Het statistiekrecht
bedroeg 4 cent per zending. En deze waren te koop bij alle poststations en
alle postagentschappen.
Zie
de Wet op het Statistiekrecht, Stbl 1932, nr 231.
Over de twee portzegels van 20ct valt alleen op te merken dat op de omslag
het bedrag van -44 wordt genoemd. Het lijkt erop dat dit dus door de
ontvanger is betaald. Wellicht afstandsrecht of vergoeding van een ander
recht.
vraag 184
 |

Ik zoek reeds geruime tijd de betekenis van het
engelse poststempel-(klaarblijkelijk geen
aankomststempel-afb.048-achterzijde brief): "AO 22ju22 1853"
Voor de volledigheid dient vermeld dat de brief,verzonden vanuit
Brussel naar London niet alleen onvoldoende gefrankeerd werd:60ct
ipv 20ct,maar tevens,ten uitzonderlijke titel, naar GB werd
verstuurd via Frankrijk(via Calais)-zie stempel Angleterre par la
France,ipv via de direkte weg Oostende.
Deze bijkomende informatie die misschien deze stempel verklaart ?Ik
heb dit stempel ook niet teruggevonden in "Collecting British
Postmarks" van Dr.Whitney.
Reacties naar de webmaster
|
vraag 183

Mij is niets meer bekend dan het feit dat de
mogelijkheid bestond om zo’n stempel tegen betaling te laten maken en te
gebruiken.
Wie kan mij meer vertellen over het getoonde stempel op de achterzijde van
een ansichtkaart of kan mij vertellen waar ik informatie hierover kan
vinden?
Misschien kan iemand mij ook de volledige tekst in de omranding vertellen?.
Reacties naar de webmaster

EDE 4 Gunstig
gelegen in mooie streek
REHS 0019
Het hamerstempel, met volgnummer 4, werd door De Munt opgeleverd op
23 september 1925.
Het stempel werd aangekondigd in het Nederlandsch Maandblad voor
Philatelie van november 1925 naar aanleiding van Dienstorder 604 van
7 oktober 1925. Het stempel werd verzonden op 29 september 1925. Het
stempel werd als vervallen aangemerkt op 1 oktober 1926 en na
terugontvangst bij het postmuseum afgegeven.
Dienstorder No 517 van 26 augustus 1925: Reclame in poststempels.
Aan het gemeentebestuur van Ede is vergunning verleend tot plaatsing
van aankondigingen in de poststempels, in gebruik voor het
afstempelen van de correspondentie van het postkantoor te Ede en het
hulpkantoor te Bennekom.Het inschrift van den stempel te Ede luidt:
"Gunstig gelegen in mooie streek” en van den stempel te Bennekom:
“Bosch en Heide, Stilte en Rust”.
info: Cees Janssen |
vraag 182
Kortebalk stempel met plaatsnaam
Utrecht I.W. en datum 16 VI 1944. Wie weet waar de afkorting I.W. voor
staat?
Reacties naar de webmaster
UTRECHT Invaliditeitswet (onderdeel
van de RVB, Rijks Verzekerings Bank)
UTRECHT I.W.
KBVZ 0000 Opgeleverd door De Munt in maart
1918.
Het stempel werd verzonden op 15 maart 1918 en vernietigd op 23 juni 1970.
Gebruiksperiode van 16 maart 1918 tot 11 september 1969.
info: C. Janssen
vraag 181
eerste vraag:
Brief verzonden van Bussum naar New
York in mei 1941. Gezien de frankering (45 ct)
waarschijnlijk per Noord-Atlantische luchtverbinding. Aankomststempel
Köln BPA 27-5 1941,
censuur Frankfurt/mainGeen
vertrekstempel van Bussum, wel een stempel van
Staten Islands N.Y
d.d. 20-6-1941.Kan er een andere reden/oorzaak zijn dan “vergeten af te
stempelen” waarom dit Staten Islands stempel
is gebruikt?
tweede vraag:
Ik ben in het bezit van een aantal zgn
Clipperbrieven, verzonden per Transatlantische luchtverbinding naar USA
(via Lissabon). In PS 20 (Noord-Atlatische
luchtverbindingen) staan ook diverse brieven afgebeeld waarbij de datum
van de vlucht en de naam van de Clipper wordt opgegeven
Op basis van welke kenmerken kunnen deze worden bepaald?
B.v
een brief verzonden van Amsterdam op 26-9-1941, aangekomen te
Köln BPA 27-9-1941, gecensureerd te Berlijn,
met welke vlucht is die van Lissabon naar USA vervoerd (29 sept. Per
Atlantic, 30 sept. Per
Dixie, 3 okt per Yankee, 9
okt per
Dixie ??)
Reacties naar de webmaster
vraag 180

Ben in het bezit van een briefkaart, verzonden
uit Amsterdam op 3 - IX - 1942 en bestemd voor "Tanger in Spaans Marokko "
Kaart draagt een ' normaal ' Duits censuurstempel. Eveneens - en dat is
dan niet 'normaal ' - een stempel met de "Davidster met het letter C "
De herkomst en betekenis van dit stempel is mij niet bekend. Naar mijn
mening is het normale vernietigingsstempel van
Amsterdam over het "Davidster stempel " heen geplaatst.
Verder heb ik via de Joodse gemeenschap het volgende vernomen:
De kaart werd verstuurd werd door een zekere Hedwig Lury (ook Benjamin
Lury geheten).
Deze man was van Duitse afkomst.
Hoogstwaarschijnlijk ontvluchtte hij Duitsland net voor de oorlog uitbrak.
Hij was afkomstig uit Salwedel (in Duitsland )
waar hij geboren was op 28- 8 -1891. De kaart is in het Duits geschreven.
Hij kwam om in Sobibor op 28 -5 -1943, 9 maanden na het verzenden van deze
kaart.
Mijn vraag nu : ' weet iemand de herkomst / betekenis van dit stempel '?
Reacties naar de webmaster
vraag 179

Onlangs kwam ik in het bezit van bijgevoegde
brief. De brief is gedateerd Londen, 31 mei 1796, verstuurd naar Keulen
en verder verzonden naar Frankfort. Op de achterzijde staat genoteerd "Zeebrief
van Amsterdam".
Heeft iemand een verklaring voor de porten
op de brief geschreven? Sedert 1795 was de normale postverbinding tussen
GB en Nederland onderbroken.
Reacties naar de webmaster
Reactie:
De brief is van 31 mei 1796 van Londen – via ? – naar Keulen en
doorgestuurd naar Frankfurt.
In het boek Postmerken 1896 vind ik veel info over de post Londen -
Amsterdam tussen 1795 en 1811.
Er waren vele problemen, en de route is jaren verlegd naar Bremen,
Hamburg en de voorhavens daarvan.
Dat begon al op 24 januari 1795. Er kwam een pakketdienst tussen
Yarmouth en Cuxhaven.
Maar er werden ook brieven rechtstreeks gesmokkeld naar Amsterdam of
Rotterdam. En via een forwarder in Amsterdam bij de post bezorgd.
De term
“Zeebrief van Amsterdam” met een dikke streep eronder is niet van de
afzender. Dat blijkt uit het handschrift en de inktkleur en de taal.
Waarschijnlijk is dat in Amsterdam geschreven, met deze tekst om het
woord Londen of Engeland te vermijden.
Mogelijke tariefverklaring:
In de Bataafse Republiek en in het Koninkrijk holland gebruikte men voor
notities op de brief over porten meestal krijt.
Londen – Amsterdam (mogelijk via Hamburg?, maar mogelijk ook via
forwarder) V = 5 stuiver
Amsterdam – grens met het Koninkrijk Westfalen (via Arnhem of
Nijmegen) 3 = 3 stuiver
Grens – Keulen (1stuiver = 2
sol)
10 S = 10 sols
Maar het porto is niet te innen, want de heer Chevalier (Ridder) is
kennelijk in Frankfurt, dus
doorgestreept op het kantoor in Keulen en bijgeschreven Francfort.
Men rekende in Keulen in de Franse tijd tot 19-12-1799 met sols.
Keulen – Frankfurt tarief is me niet bekend.
Maar rechtsboven staat 15 Kr (kreuzer)
Of de brief de geadresseerde bereikt heeft weet ik niet.
Hotze Wiersma
vraag 178

Ik heb een 1894 kwitantie met wat vragen:
Als bewijs van betaling werd er vroeger een kwitantiezegel op een betaalde
kwitantie aangebracht. Hier echter hebben we te maken met een kwitantie
voor fl 3.25 uit 1894, waar niet een kwitantiezegel, maar een gewone 5
cent Wilhelmina postzegel op zit. De postzegel is afgestempeld met een
kleinrondstempel Amsterdam op 2 october 1894. Op de achterkant, die verder
totaal blank is , staat een kleinrond aankomststempel Haarlem van 3
october 10-12 N. Is deze kwitantie via de post gegaan, en indien zo moeten
we ervan uitgaan dat de PTT genoeg had aan W.H. Doets (?) te Haarlem om
hem af te leveren? En waarom geen kwitantiezegel?
Reacties naar de webmaster
Bij de Postwet van 1870 was de mogelijkheid ingesteld om
inning van kwitanties tot een bedrag van 150 gulden te laten geschieden
door de Posterijen. Het kwitantierecht bedroeg 10 cent per 10 gulden te
innen bedrag. Het recht moest voldaan worden door het bedrag aan
postzegels op het postkantoor waar de kwitantie aangeboden werd op de
kwitantie te plakken en tot 1 april 1892 direct af te stempelen met het
puntstempel. Vanaf 1 april 1892 moest de afstempeling met het
dagtekenstempel geschieden. Als het te innen bedrag groter was dan 10
gulden was er tevens een fiscaalrecht verschuldigd, dat aanvankelijk met
blauwe stempels, later met fiscaalzegels op de kwitantie aangegeven werd.
Vanaf 1 april 1892 werd het tarief voor het innen van kwitanties verlaagd
naar 5 cent, op dat moment nog te voldoen via een postzegel op de
kwitantie. Vanaf 15 juni 1896 werd het kwitantierecht niet meer
verantwoord door de zegel op de kwitantie te plakken, maar op een bij de
(meestal meerdere) kwitantie(s) behorende borderel voor het totaalbedrag
van het kwitantierecht. Echter de fiscaalzegels bij bedragen groter dan 10
gulden moesten nog wel op de kwitantie geplakt worden. De post zorgde voor
bezorging en inning van de kwitantie en had in dit geval voldoende aan de
gebruikte naam en plaats om de kwitantie te innen. Het kleinrond stempel
Haarlem werd geplaatst bij aankomst voordat de kwitantie
geïnd werd. Omdat het bedrag van de kwitantie lager dan 10 gulden was, is
er geen fiscaalzegel aanwezig en omdat de kwitantie tussen 1 april 1892 en
15 juni 1896 is geïnd zit er een postzegel op die met het kleinrondstempel
is afgestempeld.
m.vr.gr. Harrie Jans
vraag 177

Welk type stempel staat op
bijgevoegde afbeelding?
In Filatelie 2007/03, het Frankrijknummer,
is een heel interessant artikel gepubliceerd over "zeven redenen om
Frankrijk te verzamel". Een van die redenen is het feit dat Eugène Daguin
in 1883 een stempelmachine ontwierp de in een handeling twee stempels
plaatste, de zogenaamde Daguin-machine. Er is sprake van twee
Daguin-stempels, te weten de "Daguin jumulée" en vanaf 1923 de "Daguin
flamme". Binnen de tien jaar na ingebruikname van de Daguin-machine
kwamen er andere, meer geautomatiseerde stempelmachines op de markt, te
weten:
de Krag-machine met een zogenaamd doorloop-
of continustempel,
de RVB-machine eveneens met een
continustempel en
de Bickerdicke-machine.
Van de Krag- en de RVB-machinestempels
staan afbeeldingen in het bewuste artikel. Van de Bickerdicke echter niet.
Nu is de vraag of bijgevoegd stempel van de
Bickerdicke is, en zo ja waaruit blijkt dat? Of is het een stempel van een
andere, niet in het artikel beschreven machine?
Reacties naar de webmaster
De oplossing van vraag # 177 kan gevonden worden op:
http://www.i-net.fr/marcophilie/tadmecc.html
Het betreft hier een Flier machinestempel gefrabiceerd door de
International Postal Supply Company of New York.
Voor een uitgebreider overzicht van franse machinestempels zie:
http://www.i-net.fr/marcophilie/x-oblmec-s.html
Hans Kremer
vraag 176

Hierbij een poststuk waarvan ik
graag iets meer wil weten betreffende de vernietigingsstempel. O.a.
wanneer en waarom werd deze gebruikt. Er staat geen datum vermeld. Was dit
gebruikelijk?
Reacties naar de webmaster
Reactie: Toen de Duitsers in 1940 Frankrijk binnenvielen
pikten zij de Elsas en Lotharingen weer in en voegden die bij Duitsland.
In een overgangsperiode werden postzegels met opdruk gebruikt. Het was (voor
zover de Franse stempels niet verloren waren gegaan) waarschijnlijk
ondenkbaar om een stempel MUHLBACH (HAUT-RHIN) in Franse stijl (zonder
Umlaut!) op een Hindenburg-zegel te zetten, dus rubberen
plaatsnaamstempels (Mühlbach, Els.) in afwachting van de stalen
datumstempels.
Andere gevallen van liever een noodoplossing dan stempels van de vijand/bezetter
gebruiken (voor zover die niet verdwenen waren) zijn
België (1918, na de Eerste Wereldoorlog) en Tsjechië/Bohemen (1938/'39 en
opnieuw in 1945).
Ook in vredestijd is er weerzin tegen het gebruik van stempels van een
andere postdienst: De gebiedjes van Elten en Tudderen kregen toen zij na
de Tweede Wereldoorlog aan Nederland werden overgedragen meteen
Nederlandse stempels, en toen zij in 1963 aan Duitsland werden
teruggegeven meteen weer Duitse stempels. (Zowel van de oude Duitse
stempels als van de Nederlandse stempels liggen er een aantal in depot bij
het Museum voor Communicatie.) (Frans van de Rivière, 2007-05-13)
vraag 175

In een poging om met nauwkeurigheid de exacte
stempeldatum van een briefje uit 1906 te kunnen vaststellen zou ik graag
willen weten
of iemand mij kan vertellen vanaf welk moment de blauwe "sluitzegel" op de
achterkant ervan gebruikt kan zijn. Het is een Rotterdamse TBC- zegel. .Reacties naar de webmaster
Reactie: De termijn van verkrijgbaarstelling was 16
november - 15 december 1906. Ze kunnen natuurlijk daarna nog wel gebruikt
zijn. Zie Ned. Maandblad voor Philatelie 1994 p. 735-739.
M.v.g. Gert Holstege
vraag 174

Ik heb inmiddels twee poststukken met inhoud van
begin 1900 waarbij de afzenders ondertekend hebben met hun naam en direct
daaronder C.C.C. + een nummer
Ik zou graag willen weten wat deze extra ondertekening betekent.
Ik ben inmiddels bij de volgende instanties te biecht geweest die er geen
antwoord op weten.
Museum Scribtion Tilburg Info site Vrijmetselaarij ( drie stippen na een
hadtekening is een indicatie dat je lid bent van deze club)
Stads archief Den Bosch
Regionaal archief Brabant.
Misschien kent een Po&Po-er de oplossing?? Reacties naar de webmaster
Reactie: Ongeveer een eeuw geleden was het hoogtepunt van de
briefkaartenverzamelrage. Er waren toen ook grote (internationale)
verzamelverenigingen. Kan het zijn dat 'C.C.C.' staat voor 'Card
Collectors Club', 'Card Correspondence Club' of iets dergelijks? Gaat de
inhoud van de brieven van de vraagsteller geheel of gedeeltelijk over (het
ruilen van) ansichtkaarten? Het getoonde fragment laat 'les
echanges' zien. (Frans van de Rivière, 1-5-2007)
vraag 173

Een brief uit Palembang die via Medan naar Amsterdam verzonden moest
worden. op 2-1-1931 afgestempeld in Palembang en volgens en stempel op de
achterzijde op 3-1-1931 afgestempeld in Medan. Het gele danwel blauwe
zegeltje "par avion - per luchtpost" ontbreekt. Het vignet links bovenin
de enveloppe is een reclameopdruk.
Voor zover ik weet was het luchtrecht toen 30 cent. Het aantekenrecht weet
ik niet.
Diverse collega-verzamelaars bestempelen dit stuk als een luchtpoststuk
hoofdzakelijk door de reclameopdruk en de aanwezigheid van het
luchtpostzegel.
Ik heb mijn twijfels. Een aankomststempel dat uitkomst over de reisduur
had kunnen bieden, is niet aanwezig. Reacties naar de webmaster
De brief van 20 gram is correct gefrankeerd. Het
briefport bedroeg 12½ cent, het aantekenrecht 20 cent en het binnenlandse
luchtrecht voor het traject Palembang - Medan 10 cent, tezamen 42½ cent.
Dat hier sprake is van een brief die alleen tot Medan per luchtpost is
verzonden, en vandaar (vanuit de havenplaats Belawan) per boot naar
Nederland, is voor de Indische postdienst overduidelijk. Tot 1 april 1931
namelijk waren luchtpostzegels verplicht om het luchtrecht te voldoen.
Daarnaast schreef de afzender linksboven "via Medan". Een luchtpostetiket
ontbreekt weliswaar op de brief, maar de
luchtpostzegel (die door het formaat en de tekening duidelijk afwijkt van
de frankeerzegels) gaf de postdienst voldoende indicatie dat de brief tot
Medan per luchtpost moest worden verzonden. Trouwens, zou de brief
helemaal tot Nederland per luchtpost moeten worden verzonden, dan was er
75 cent aan
luchtpostzegels op geplakt. Informatie: Binnen- en buitenlandse
posttarieven van Nederlands-Indië 1864-1949, Luchtposttarieven
(binnenlandse luchtpost), ZWP nr. 124, januari 2000 (speciaal daaruit de
paragraaf over luchtpostzegels, blz. 281). Peter Storm van Leeuwen.
vraag 172
In veilingcatalogus 602
(September 2006) van Van Dieten is als kavel 5146 aangeboden een Surinaams
briefkaartformulier, gebruikt in Nederland, lokaal in Amsterdam verzonden
op 3 mei 1896, met Expressebestelling en gefrankeerd met postzegels van 5
cent, 12½ cent en ½ cent - totaal 18 cent. Dat is een halve cent meer dan
nodig.De uitleg in de catalogus was dat die halve cent verschuldigd was
omdat de posterijen de inkomsten van ½ cent voor een Nederlands
briefkaartformulier misliepen. Bij de wet van 15 april 1891 (KB 11
februari 1892, art. 7 punt 6) werd bepaald ‘Het is geoorloofd,
briefkaartformulieren te bezigen, die niet van Rijkswege zijn uitgegeven,
mits zij met deze overeenstemmen, wat betreft de gedrukte opschriften, de
afmetingen en de stevigheid van het papier’. Het Surinaamse formulier moet
toch voldaan hebben aan deze voorwaarde. Het verschilde alleen in
drukkleur van het Nederlandse formulier, dat geruime tijd dienst had
gedaan en dat niet behoorde tot ongeldig verklaarde uitgiften, het droeg
immers geen zegelindruk. Ook was het formaat kleiner dan de koerserende
kaarten – maar leidt dat tot ½ cent extra vooruitbetaald port waarmee een
vooruitziende verzender het lokale brieftarief voldeed en eventuele
weigering wegens afwijkend formaat voorkwam? Eerlijk gezegd geloof ik niet
dat zo’n voorschrift over ‘gemiste inkomsten’ ooit bestaan heeft. Als het
wel bestaan heeft, zou ik graag de vindplaats vernemen. Het lijkt mij
veeleer dat er iets aan de kaart gehecht is geweest: een stukje stof, een
etiket, een foto of wat ook maar. Dan moest de kaart tegen brieftarief
verzonden worden, lokaal 3 cent. Pas later is het aanhechten van bijv.
foto’s ‘mits zij een geheel met de kaart vormden’ toegestaan. Helaas heb
ik de kaart niet in levenden lijve kunnen bekijken. Wie heeft de kaart of
wie weet meer?
Reacties naar de webmaster
vraag 171

Bijgesloten een 5 cent 'Betaald Antwoord'
briefkaart die op 16 januari 1901 werd verzonden van New York naar
Utrecht, waarschijnlijk per SS La Champagne zoals aangegeven op de
voorkant.
Hoe vond de afrekening plaats tussen de nederlandse en amerikaanse
posterijen?
Wie weet er meer over de SS La Champagne? Reacties naar de webmaster
Kijk naar deze link (met dank aan R. Hillesum)
Over de afrekening tussen de Ned. en Am. posterijen
inzake de bedoelde 5ct 'betaald antwoord' briefkaart kan ik niets melden.
Wel heb ik wat nadere gegevens omtrent bedoeld schip: SS La Champagne werd
in 1886 gebouwd in St.Nazaire, Frankrijk voor de Franse lijndienst CGT Le
Havre-New York; afm. 150,5 x 15.8mtr, 7087 ton, 17 knopen. Op 8 juli 1887
kwam ze in botsing met het Franse schip 'Ville de Rio Janeiro', hetwelk
zonk, en waarbij ze zelf ook behoorlijke schade op liep; op 5 aug.1915
strandde ze bij St. Nazaire, waarbij het achterschip brak en ze later
gesloopt werd. In mijn verzameling scheepspost heb ik een Am.
postwaarde-enveloppe verzonden per bedoeld schip met de
afstempelingen: New York JAN 20 1894, Paris 29 JANV 94 en Rotterdam 30 JAN
94.
Mogelijk heeft de vragensteller hier iets aan. Hartelijke groet, van Andel.
vraag 170
In the spring of the year of 1814 we see
the word “Verschot” noted on the front of letters sent to Nederland from
around Hamburg. The central Hamburg was until the end of May 1814 occupied
by isolated French troops. As from 1659 there was a riding post
between Hamburg and Amsterdam – managed by these to cities. In the period
1808 to 1813 this route was taken over by the grand duchy of Berg and of
France. After the fall of Napoleon the route was reinstalled, but the
Kingdom of Hannover had plans to take over the route not allowing routes
on their grounds managed by foreign states.
The purpose of my question is to decide
the first and the last day for the use of the word “Verschot”.
The word of “Verschot” was followed by
an amount, which was meant to pay for the stretch up to the Nederland
border
Here are the examples that are known to
me:
|
Verschot
Noted in Stuivers |
Neder-land
Postage |
Total |
Franked to: |
Day/
Month
1814 |
From |
To |
|
8½ |
5 |
14 |
Stade |
22.Feb |
Helsingör |
Schiedam |
|
7 |
5 |
12 |
Stade |
5.Apr |
Helsingör |
Schiedam |
|
11 |
5 |
16 |
Stade |
1.Maj |
Helsingör |
Schiedam |
|
16 |
8 |
24 |
Stade |
7.Maj |
Helsingör |
Schiedam |
|
4 |
5 |
9 |
Bremen |
21.Maj |
Lübeck |
Schiedam |
The Kingdom of Hannover
no longer allowed the “Hamburg”-Amsterdam riding Post at May 27th
1814
So, please report further
examples
Example Lübeck 21st
of May 1814 to Schiedam sent Franco Bremen
The stretch from Bremen to the Nederland border was paid by “Verschot 4
St”(uivers)
Antwoord:
Uit uw tabel lijkt het dat de afgebeelde brief naar Schiedam moet, uit de
afbeelding blijkt Amsterdam de bestemming te zijn. Of is er sprake van een
forwarder in Amsterdam?
In Philatelie 1974 schrijft Douwe de Haan een artikelserie
over de Noordsche correspondentie. Op bladzij 376-378 en 469-470 geeft de
auteur bijzonderheden over de problemen in 1814 tussen Hamburg en de
Nederlanden.
Eerst iets over de route. Op papier kunnen routes wel bestaan, maar dat
betekent niet dat ze altijd gebruikt kunnen worden. Eind 1809 was het
gedaan met het Hamburger rit vanaf Amsterdam via Zwolle en Lingen naar
Hamburg. In 1806 was het groothertogdom Berg tot stand gekomen. Oostelijk
daarvan lag Westfalen. Deze landen wilden eigen baas zijn over postritten
over hun grondgebied. Vanouds waren Amsterdam en Hamburg gewoon het hele
traject zelf te rijden. Het is mij niet bekend welke brieven van de
Noordsche correspondentie tussen 1810 en zomer 1814 inderdaad via Almelo,
Zwolle of Deventer ons land binnen kwamen. De Haan
en ook Muys noemen de route via Dorsten en Emmerik naar Arnhem. De Haan
meldt ook dat Noorse brieven de route via Stade hebben gevolgd in 1814.
H. Wiersma
vraag 169
In mijn verzameling heb ik diverse
brieven uit Zwolle uit de Franse tijd. Van een tweetal, verzonden over een
wat grotere afstand, is mij onduidelijk hoe het tarief is bepaald.
De eerste is van Zwolle naar Breda, een afstand van zo´n 160 km, van 4
november 1811. Deze is getaxeerd met "4" in zwart.
Volgens de Franse tabel is het tarief in de laagste tariefklasse over een
afstand tussen 100 en 200 km 4 décimes. Dit zou dus kloppen.
Giphart en Delbeke melden echter in hun publicaties dat hier te lande
vanaf april 1811 niet de Franse tarieven en afstandsprogressie maar de
Nederlandse van 1807 gehandhaafd bleven. Alleen de gewichtsprogressie werd
conform de Franse voorschriften aangepast. Dan zou het tarief voor een
afstand tussen 20 en 35 uur gaans (a 4,55 km) 5 stuiver en niet 4 décime
ofwel 8 stuiver zijn. Klopt de stelling van bovengenoemde heren niet?
Delbeke meldt wel dat anderen zijn mening niet volgen. maar:
mijn andere brief geeft het tegendeel:
Deze is verzonden van Zwolle naar Laer bij Osnabrück op 28 april 1812 en
getaxeerd met "6" in zwart. Deze complete brief weegt 4 gram en is dus van
de eerste gewichtsklasse, tot 6 gram..
Laer ligt zo´n 150 km van Zwolle, dan zou het tarief volgens de Franse
gewichtsprogressie net als de vorige brief 4 décime zijn.
We kunnen ook via Osnabrück gaan, dat is tegenwoordig sneller over de
snelweg maar vroeer niet, dan is de afstand meer dan 200 km en zou het
tarief (200-300 km, 1e gewichtsklasse tot 6 gram) 5 décime zijn. Ik kom
niet aan 6.
Nemen we echter de Nederlandse tabel van 1807 dan is het tarief voor de
eerste gewichtsklasse bij 35-50 uur gaans 6 stuiver.
Hier lijkt de laatste tabel te zijn gebruikt.
Welk systeem was in die tijd nu van toepassing, de Franse van 1811 of toch
nog steeds de Nederlandse van 1807 ? Waarom is hier verschillend gehandeld
? Of zie ik het verkeerd ?
Reactie: Twee brieven van
Zwolle naar respectievelijk Breda en (Bad) Laer
Op 1 april 1811 werden de Franse postwetten toegepast op de
brievenposterij van de groep departementen die grotendeels hadden
behoord tot het Koninkrijk Holland. Deze groep “Hollandse departementen”
werd vanuit de centrale postdienst in Parijs als een administratief
geheel gezien. Voor deze groep zat de Adminstratie der
Brievenposterij in Amsterdam.
In de Algemene Instructie van 1810 werd de postafhandeling tot in detail
beschreven.
In artikel 1 van het voorbericht staat:
Ten aanzien van de taxe: De Franse postwetten van 9 Mei en 10 December
worden toegepast.
De theoretische achtergrond laat geen twijfel bestaan. De uitvoering in de
praktijk evenmin. Postambtenaren waren zeer nauwkeurig in de uitvoering
van de Franse posttarieven. De analyse van de brief naar Breda is correct.
Giphart en Delbeke hebben geen brieven laten zien, waaruit het tegendeel
is gebleken.
De tweede brief
lijkt een andere theorie open te laten. Maar…. is het zo dat de complete
brief nu (in 2007) 4 gram weegt of is dat een vaststelling van 1812?
Linksboven is geen gewichtsnotitie aangegeven. En
de Hollandse tabel van de tarieven van 1807 was zeker niet van toepassing
in Laer, want Laer lag niet in het Koninkrijk Holland.
In 1812 hoorde Laer bij Frankrijk bij het Departement van
de Ems Superieur, nummer 130. Maar er was ter plaatse nog geen
postkantoor. Osnabrück had wel een postkantoor in datzelfde departement.
De route vanuit Zwolle liep niet meer langs Oldenzaal naar Lingen met een
aftakking naar Osnabrück, zoals tijdens het Amsterdamse Hamburger rit. In
1810 was het Hamburger rit niet meer in werking. Voor Zwolle veranderde er
toen ook iets: de route liep naar Arnhem, via Emmerik, Wesel en Dorsten
naar Osnabrück. Vanaf het postkantoor Osnabrück moest de brief naar Laer.
Bepalend was de werkelijke postritafstand van Zwolle naar Osnabrück. Dat
was toen waarschijnlijk ruim 300 km. Daar hoorde 6 decimes als het juiste
tarief bij. Wanneer de afstand tussen 200 en 300 km
zou zijn geweest, was het tarief bij een brief van 4 gram 5 decimes, maar
bij een gewicht van 6 gram tot 8 gram 5+1 = 6 decimes. Ik sluit dat
laatste niet uit, bij eventueel gebruik van een lakzegel. Al heeft de
postambtenaar in dat geval verzuimd het gewicht linksboven op te
schrijven. Vanaf het postkantoor Osnabrück moest de
brief door de plattelandspost nog naar Laer gebracht worden.Ik
ben overigens heel benieuwd naar echte voorbeelden van de theorie van
Giphart en Delbeke. Graag zou ik die toetsen aan de Franse portregels.
Met vriendelijke groeten. Hotze
Wiersma
vraag 168

Kan iemend iets vertellen over dit stempel van
Van Gend en Loos, hier gebruikt in 1857?
Reacties naar de webmaster
Reactie: Zou het hier niet 'gewoon' om een
afzenderstempel gaan? Staat er een afdruk van een poststempel op de
achterzijde, of zou dit stuk 'dienst' met eigen vervoer van Van Gend &
Loos naar het Kantongeregt in Assen zijn overgebracht? (Frans van de
Rivière, 13-5-2007)
vraag 167
Zijn er kijkers/lezers die het gerucht kunnen
bevestigen dat de Hanzestedenbriefkaarten - dus de voorgefrankeerde
kaarten met op de adreszijde de afdruk van een Hanzestad-postzegel en op
de beeldzijde beeldelementen die ook verwerkt waren in de illustraties op
de velletjes postzegels - ook te koop waren op postinrichtingen in
Deventer, Kampen, Zutphen en Zwolle? Of mogelijk bij VVV,
Bruna-vestigingen, Primera-shops e.d.? Ook berichten over aankooppogingen
die op niets uitliepen zijn
welkom. Reacties naar de webmaster
vraag 166
In mijn bezit heb ik een briefkaart
van Seblat met rondstempel. Wat mij intrigeert is de tekst op de
achterkant. Wordt in dit schrijven gesuggereerd dat op 7 augustus 1886
portzegels van 10 cent en 20 cent uit 1874 op het postkantoor aldaar nog
aanwezig zijn (als die briefkaart daar tenminstevandaan komt ?), of komt
die gewoon van een bedrijf ?. Misschien zegt de naam van de afzender in
dit verband iets ? Hildering of Uildering ? Reacties naar de webmaster
Reactie: Het gaat hier toch zéker om een kaart afkomstig
van de postkantoorbeheerder in Seblat. Een 'gewoon bedrijf' heeft geen
poRtzegels in huis, en kan toch ook niet zinvol over 'na afstempeling'
schrijven.
(Frans van de Rivière, 2007-05-13)
Nog een reactie: Uit de tekst van de achterzijde van de
briefkaart blijkt dat er op het (postkantoor) nog veel portzegels uit de
1e emissie nr. 2 en 4 beschikbaar zijn. Deze portzegels kunnen verkregen
worden, na afstempeling (met puntstempel 78 van Seblat?), door de persoon
die op de adreszijde van de briefkaart is vermeld.
Het was in die tijd mogelijk dat portzegels werden gekocht door het
publiek. Men sprak dan van het "debiteren" van portzegels, hetgeen op de
maandstaat van de chef van het postkantoor moest worden verantwoord.
Indien de persoon in kwestie via deze weg een (groot)
aantal portzegels heeft te weten bemachtigen, is dit waarschijnlijk het
antwoord op de vraag waarom er relatief zoveel portzegels uit de 1e
emissie nr. 2 en 4 bekend zijn met een puntstempel 78 van Seblat.
Een melding van de relatief grote hoeveelheid portzegels
met "betere" nummers werd al in 1930 gedaan door P.C. Korteweg in zijn
artikel "De puntstempels in Nederlandsch-Indië" in het tijdschrift De
Philatelist. Hij schreef: "De betere nummers worden, evenals bij de
Nederlandsche puntstempels, nog al eens op de meer bewaard gebleven
portzegels aangetroffen." Ik heb hieraan een
artikeltje gewijd op mijn website
www.puntstempels.nl
Met vriendelijke groet, Hans Kruse
vraag 165

Hierbij een poststuk waarvan ik graag wil weten
of het vernietigingsstempel met een bepaalde bedoeling zo extreem is
gemaakt. Of valt dit in de catagorie fancy cansels. Is er iemand die mij
meer over het stempel kan vertellen? Reacties naar de webmaster
Net als in Nederlands Oost Indië na maart 1942, werd
door de Japanse bezetters in Burma na 1 mei 1942 tot omstreeks april 1945
de heersende autoriteit i.c. Koning George VI in feite niet meer erkend
als “Koning/Keizer” of “Emperor of India”.
Burma was tot 1948 een deel van het “Indian Empire” maar was in 1937
onafhankelijk van India geworden en had eigen postzegels en poststukken.
Zo kort na de bezetting –i.c. 30 sept 1942- werden de bestaande
frankeeruitgiften nog gebruikt (net als in NOI waar een opdruk over
Wilhelmina werd geplaatst) met een vernietigingsopdruk door het
staatshoofd.
Het kruis op de getoonde kaart is een opdruk die voor binnenlands gebruik
binnen een Burmees inlands postsysteem werd aanvaard.
Het poststuk valt dus onder de categorie Lokaaluitgiften of Interim-uitgiften.
De kruis-vernietiging geschiede op de beschikbare oplage ter plaatse op
uniforme wijze.
JPG van der Meer
vraag 164

Aangetekend stuk verzonden naar een
atwoordnummer, alleen het aantekenrecht diende betaald te worden. Weet
iemand de betekenis van het stempel "P 1404 VERZONDEN"?
Reacties naar de webmaster
Antwoordstukken worden dagelijks of op verzoek van
geadresseerde met langere tussenpozen aan haar/hem uitgereikt. Bij elke
zending antwoordstukken wordt een specificatieformulier P 1404 gevoegd,
waarop de verschuldigde kosten zijn vermeld.
PTT-gids art 144, Vr Gr JPG van der Meer
vraag 163

Poststuk aan Redactie Zwolse Courant.
Welke postale info over het etiket op onderstaand poststuk kan er worden
verstrekt?
Veronderstelt het volgende:
NVDVM: NV Drentsche Vervoersmaatschappij, post per autobus,
waarschijnlijke inhoud: iets redactioneels of een advertentie.
Kan iemand dit bevestigen of aanvullende informatie geven?
Reacties naar de webmaster
Kijk in de Filatelie Encyclopedie deel 1 blz 66 onder
autobusbrief
JPG van der Meer
Omdat niet iedereen de Filatelie-Encyclopedie heeft,
even een aanvullende reactie:
In de oude tijden vóór de fax en de e-mail waren de treinbrief en de
autobusbrief methoden om redactionele kopij (en advertenties) snel naar de
redactie te krijgen: De brief werd met een bepaalde trein of bus
meegegeven, en meestal stond er bij het station of de halte van bestemming
zelfs al iemand te wachten om het poststuk meteen mee te nemen naar de
redactie. Volgens de postwet moesten deze stukken (naast de frankering van
het vervoerbedrijf) ook een volledige frankering van de PTT dragen, die
dan op het station van vertrek of door de buschauffeur 'vernietigd' werd,
met b.v. het stationsdatumstempel of het rittenkaartenstempel.
Terzijde valt op te merken dat zulke poststukken erg interessant zijn,
maar de afgeweekte postzegels niet. Mocht iemand een hoge waarde aan de
losse zegels toekennen, dan moet bedacht worden dat zulke
vervoerbedrijf-stempels (de stempel-instrumenten) bij honderden in
verzamelaarshanden zijn. Daar is ook niets op tegen, en de meeste
verzamelaars zullen er nooit ongestempeld gebleven postzegels mee
afstempelen (en daar zelfs niet op komen), maar niemand weet zeker wat die
eigenaar van dat 1.421e stempel er mee doet ... . (Frans van de Rivière,
2007-05-13)
Vraag 162
Tussen januari 1874 en februari 1878 voer er tussen Batavia en Singapore
een mailstomer met een Expeditiekantoor aan boord. Dit Expeditiekantoor
kreeg het puntstempel 69. Ik ben op zoek naar informatie over dit
Expeditiekantoor en tevens benieuwd of er ook gestempelde poststukken
bekend zijn. Wie kan mij aan meer informatie helpen?
Is er na het verschijnen van de Postzak 153 (Bulterman)
en 158 (Storm van Leeuwen) nog belangrijk nieuws verschenen over de
Indische Puntstempels? Zo ja, waar kan ik dat vinden?
Reacties naar de webmaster
Over het expeditiekantoor op de mailstomer, varende tussen
Batavia en Singapore, is zo veel mogelijk informatie opgenomen in het
artikel "De Nederlands-Indische postagentschappen te Singapore en Penang",
verschenen in De Postzak nr. 162 van december 1989 (p.100-102). Mij zijn
momenteel 3 briefkaarten bekend met de combinatie van het
dagtekeningstempel en puntstempel 69. Daarnaast zijn enkele brieven bekend
met alleen het dagtekeningstempel als vertrek- of doorgangsstempel.
Actuele informatie over de Nederlands-Indische puntstempels met prijzen op
losse zegels en poststuk is te vinden in de Specialiteitencatalogus
2006-2011 van de NVPH. Dit waardevolle naslagwerk is nog steeds te koop
bij de postzegelhandel.
Peter Storm van Leeuwen
Vraag 161
Bijgaande zegel heeft een dubbele
tanding (perforatie) aan de linkerzijde.
Graag wil ik weten of dit veroorzaakt kan zijn door een vorm van
vóórafstempeling (hetgeen uniek zou zijn voor deze emissie), zoals we dat
kennen bij zegels van de cijferemissie 1876, of dat dit veroorzaakt is
door onregelmatigheid van bijv. de kamslag.
In elk geval heb ik dit bij zegels van deze emissie niet eerder gezien.
Wie wel ??
Reacties naar de webmaster
Vraag 160
In De Postzak no. 79 (maart 1968) schrijft Jan
Dekker onder de titel ‘Drie Particuliere Enveloppen van 1929’ een en ander
over de enveloppen van de Turco-Egyptian-Import-Company met machinale
frankering van 5 cent of 7½ cent. Hij noemt de 5 cent in zwart en de 7½
cent in rood en in zwart. Hij baseert deze gegevens op de
frankeerstempellijst van E. J. Enschedé.
In het jubileumboek van de NBFV ’75 JAAR van 1983 staat een artikel van A.
van der Willigen ‘Machinale Frankering’. Ook hij beschrijft die enveloppen
maar zegt dat de 7½ cent in zwart bestaat en de 5 cent in rood en in zwart.
De informatie is dus strijdig wat betreft de kleur rood.
Wie kan de 5 cent of 7½ cent (of zelfs beide) in rood laten zien?
Reacties naar de webmaster
Vraag 159:
Stempelmachines met een beetje meer ......
Deze vraag gaat over het "uitbreiden"
van het stempelbereik door stempelmachines. In 1954/1955 zijn er in
Apeldooorn proeven geweest met extra rechte strepen / golflijnen onder de
vlag van het machinestempel (zie afbeelding, golflijnen). Deze proeven
zijn gemeld in de Catalogus van Van der Wart (6e editie, blz. 43. Zie ook
NMP oktober 1954 blz. 201.) Nu heb ik een enveloppe gevonden, waarop (over
de roodfrankering heen) de stempelmachine links naast de vlag een aantal
puntjes heeft afgedrukt, kennelijk met de bedoeling om meervoudige
frankering in de breedte in zijn geheel te ontwaarden. Het
puntenpatroon heeft iets weg van de oude puntstempels (zie afbeelding
"brieven met geld").Over deze (mogelijke?) uitbreiding van het bereik van
de stempelmachine heb ik in literatuur niets kunnen terugvinden. Is er
iemand dit dit verschijnsel eerder heeft gezien of er informatie over
heeft?
Reacties naar de webmaster
vraag 158
Where is Harcourt? The letter is sent
from The Hague May 17th 1704 to the field camp of the Dutch field-marshal
Auverquerque (in Dutch: Ouwerkerk) being situated in Harcourt. Holland and
France was at war 1702-1713. The situation in May 1704 was that France had
occupied the western part of Belgium and the southern part of the land
around the rivers Maas and Rhein. Holland and their allies Austria,
England supported by auxiliary troops from Germany (minus Bavaria) and
Denmark were situated north-east of the French troops.Reacties naar de webmaster
Reactie:
Volgens mij gaat het hier om een verdere verduideling van het adres.
In de laatste frase staat: het kamp van de veldmaarschalk te Ouwerkerk (genaamd)
Harcourt.
Dus dat is de naam van de veldmaarschalk.
Enkele persoonsgegevens:
HARCOURT, HENRI, hertog van. I; VIII; XI; XIV
(1654-1718) Frans militair en diplomaat; maarschalk van Frankrijk 1703.
Michaud, Biographie Universelle, 18, 438.
Met vr. groet,
Ton Voorbraak
Nog een reactie:
The address of this letter transcibes as follows:
A Monsieur
Monsieur de Scholten,
Chevalier, Le General d'Infan
terie et Colonel du Bataillon
de S.A. le Prince Charles de Dan
nemarc
au Camp du Feldt
Marschalck de Auwer
querque a Harcourt
Harcourt is a little village in the Departement Eure (Upper Normandy,
France), ca. 30 kilometers south of Rouen.
Jan Vellekoop
vraag 157
Op
een envelop die verzonden werd binnen Leiden, vond ik een merkwaardig
stempel. De envelop was verkeerd door de stempelmachine gegaan, waardoor
de afdruk van het machinestempel op de achterzijde is beland. De
zakenpostzegel van 39 eurocent is handmatig ontwaard met een stempelafdruk
"Loop 3134 / Staalstraat" in rode inkt. Ik vermoed dat "Loop 3134"in dit
stempel de aanduiding is voor een specifiek bodeloop. De geadresseerde
woont namelijk op de G. Riemenshof in Leiden, vlak bij de Margaret
Staalstraat. Het is denkbaar dat de bodeloop genoemd is naar de Margaret
Staalstraat en dat de G. Riemenshof er deel van uitmaakt. Weet iemand meer?
Reacties naar de webmaster
vraag 156
De bijgaande verhuiskaart is in 1933
eerst verzonden binnen Rotterdam en daarna doorgezonden naar België.
Verhuiskaarten naar het buitenland moesten in 1933 als briefkaart
verzonden worden, in dit geval dus met een frankering van 7,5 cent.
Hoe is de Belgische beporting met stafportzegels en een frankeerzegel te
verklaren? En waarom werd de letter "T" driemaal afgedrukt?
Reacties naar de webmaster
De frankeerzegel met een opdruk T is een poRtzegel
Doorzenden kostte slechts aanvullend port.
Er was 6 cent te weinig geplakt. Dat had moeten leiden tot 6 X 14
centimes. maar er werd maar gerekend met 5 X 14.
Waarschijnlijk een foutje van de Belgische ambtenaar.
(het buitenlandse brieftarief van België was 1Fr 75, het Nederlandse 12½
cent. De verhouding leidt tot 14:1 (Voor portbertekeningen werd er geen
rekening gehouden met het verlaagde brief-tarief tussen België en
Nederland).
Luuk Goldhoorn
vraag 155
Zou iemand wat
meer kunnen vertellen over de mysterieuze ‘Meeuw’ stempelafdrukken,
afgebeeld in v.d. Wart 5e druk, pagina 19 en 20, typen
CXVa en
CXVb ? Is
hier ooit iets over geschreven ?
Reacties naar de webmaster
vraag 154
Deze grootformaat stempelafdruk is aangetroffen op een poststuk dat half
december 2005 verstuurd is van Haarlem (Schalkwijk) naar Lisse. Kent
iemand dit stempel? Is er iets over de gebruiksperiode bekend?
Reacties naar de webmaster
Reactie: Is het poststuk (van deze ongedateerde vraag)
verzonden in december 2005 (toen de bedrijfsnaam TPG Post was) of in
december 2006 (toen de bedrijfsnaam TNT Post was; laat gebruik van
decemberzegel uit 2005) ??
(Frans van de Rivière, 2007-05-13)
vraag 153
In recente frankeermachinestempels komen er
letters en cijfers voor, die ik niet kan interpreteren.
Op bijgaand voorbeeld een stempel uit de machine Pitney Bowes
820216, met ter linkerzijde 2
kolommen met cijfers en letters.Wat is daarvan de betekenis?
Reacties naar de webmaster

Liebe Sammlerfreunde,
wie schon in der Fragestellung richtig erwähnt wurde, kommen diese Ziffern
nur auf verschiedenen Freistempeltypen des Erzeugers Pitney-Bowes vor.
Diese Zahlenreihen
sind auch in den Freistempeln dieser Firma aus anderen Staaten (z.B. auch
hier in Österreich) zu finden.
Nähere Angaben über
die Bedeutung dieser Zahlenreihen müssten daher wohl am ehesten bei der
Vertretung dieser Firma in den Niederlanden zu erfragen sein.
Mit freundlichen Grüßen aus
Wien
Herbert Judmaier
vraag 152
Het betreft een vraag over de
kleinrondafstempeling RPSB.
Is er onder de PO&PO leden iemand die wellicht meer kan vertellen over de
RPSB afstempelingen?
Afdrukken van een kleinrondstempel 's GRAVENHAGE met 4-uur karakters ten
behoeve van de R.P.S.B. zijn niet bekend, volgens Cees Janssen (Handboek
Nederlandse Poststempels)
Echter naar mijn mening is de bijgevoegde scan een afstempeling van 'sGravenhage
met een 4-uurs karakter, wat duidt op een gebruik ten behoeve van de RPSB
afstempelingen.
O.M. Vellinga blz. 40 en 41: Per 3 december 1889 verstrekt aan postkantoor
Amsterdam en later een
dergelijk model aan: - 's Gravenhage / Haarlem / Rotterdam en Utrecht.
Volgens art. 105 der voorschriften betrekkelijk de uitvoering der wet van
15 april 1891, mocht de onbruikbaarmaking der zegels op kantoren, waar
dagelijks een groot aantal met zegels beplakte formulieren werd aangenomen,
met pen geschieden.
* in Vellinga wordt niet gesproken over Nijmegen. Daarentegen wordt in
Vellinga wel gesproken over's Gravenhage, echter in de kleinrondcatalogus
wordt daar geen melding van gedaan.
En een tweede vraag is:
Werden de willekeurige afstemeplingen ten behoeve van de RPSB op alle
dagen gedaan of werden deze op vooraf vastgestelde dagen gebruikt? Ik zou
dit graag willen weten omdat de mij bekende afdrukken alleen van 3 maart
1890 of 7 jan 1890 zijn.
Reacties naar de webmaster
vraag 151
Op de az van deze brief d.d. 11.5.1833
is het vooruitbetaald port (gedwongen frankering tot aan de grens / Arnhem)
aangegeven d.m.v. een stempel (25 rood). M.i. zijn zulke portaanduidingen
meestal met de hand geschreven. Ik heb niets kunnen vinden over dit
stempel.
Zijn er meer afdrukken van bekend? Zijn elders soortgelijke
portaanduidingen d.m.v. een stempel gebruikt?
Reacties naar de webmaster
I have a similar handstamp of "25" on the
rear of a letter Rotterdam-Soleure (Switzerland) Apr.11th 1836 sent
Franco Grenze.
Erling Berger
vraag 150
"In december 2003 is in De Postzak een
artikel gepubliceerd over de Baarfrankeringen van Buiten-Cenrtum
Witterzomer: in de jaren 1969-1972 werden daar met baarfrankeringstempels
vooraf "gefrankeerde" kaarten verkocht. Vast staat dat hier niet strikt de
hand is gehouden aan de voor baarfrankering algemeen geldende regels.
Later is over dat verschijnsel de vraag gesteld of hier sprake zou kunnen
zijn van "postwaardestukken"; immers de prentbriefkaarten van Witterzomer
zouden aan
alle eisen dienaangaande voldoen. Deze discussie is helaas nooit goed op
gang gekomen.Onlangs ben ik in het bezit gekomen van een prentbriefkaart
die evenzeer aan die criteria zou voldoen. De (ongebruikte) kaart die ik
hierbij afbeeld is niet verzonden, en zou dus bij wijze van reclame aan
bioscoopbezoekers kunnen zijn uitgereikt. Uiteraard ben ik erg benieuwd of
er verzamelaars zijn die meer van deze kaarten, gebruikt dan wel
ongebruikt, bezitten.
Reacties naar de webmaster
vraag 149

Onlangs kocht ik op een veiling bijgaand
poststuk met daarop een afdruk van het kleinrondstempel Singkel. Deze
staat in SvL op poststuk genoteerd als RRR. Ik vraag mij af of er meer
afdrukken bekend zijn en zo ja, van welke data de afstempelingen zijn.
Reacties naar de webmaster
Reactie: Bij v.Dieten in veiling 599 is ook een brief
met puntstempel 83 Sinkel geveild. Datum van afstempeling is 31-2-1891.
m.v.g. Leo Koning

vraag 148

Bij mijn speurtocht naar portvrije
luchtpostbrieven, die omschreven worden in "De Postbladenkwestie" van C.
Stapel, kwam ik een luchtpostbrief tegen, "uitsluitend bestemd voor
briefwisseling met militairen in de overzeese gebiedsdelen". Frappant
hierbij was, dat de bedrukking van deze brief overeen kwam met de
bedrukking van luchtpostblad 12 uit het werk van C. Stapel. De steeds
herhaalde tekst "militair luchtpostblad" bestond ook uit 30 regels per 50
mm. Het verschil was, dat hier niet het PTT-logo op gedrukt is, maar een
aanduiding van het KNIL.
mijn vraag: Zijn deze luchtpostbladen gerelateerd aan de luchtpostbladen
uit "de Postbladenkwestie" en, zijn ook hier verschillende typen van
bekend?
Reacties naar de webmaster
vraag 147

In de Specialiteiten catalogus 2006-2011, staat
op blz. 232 onder de rubriek Kleinrondzegels: "ELST (met langstempel)".
Wie weet er meer van de achtergrond van dit 'hybride' stempel?
Reacties naar de webmaster
Ik denk niet dat het een hybride stempel is, maar twee over elkaar
geplaatste stempels; een naamstempel Elst en een onleesbare kleinrond. Met
vriendelijke groet, Wilbert Davids Echtenerbrug
vraag 146
"Als een beport stuk door de geadresseerde
geweigerd werd, ging het stuk (na afschrijving van het port) terug naar de
afzender (mits deze zijn adres vermeld had).
Op beporte en geweigerde brieven blijkt dat uit de aanduidingen en zegels
op het stuk. Maar hoe ging het met briefkaarten? De geadresseerde van een
niet of onvoldoend gefrankeerde kaart jreeg die in een vensterenvelop
uitgereikt waarop het port geplakt werd. Dat insluiten was bedoeld om
kennisneming van het bericht, voordat het port betaald was, te voorkomen.
Als de geadresseerde de briefkaart weigerde, dan ging het stuk retour en
moest er bij de afzender opnieuw port geheven worden. Werd die kaart dan
opnieuw in een vensterenvelop gesloten? met het te betalen port in
portzegels daarop, of ging het op een andere manier?"
Wie weet het of heeft retour gezonden beporte kaarten in zijn verzameling?
Reacties naar de webmaster
vraag 145


Brief van Bloemfontein/Oranje Vrij Staat (1901)
naar Kaapstad. Drieletterstempel: "N P R".
Wie weet wat dit betekent ?
Reacties naar de webmaster
reactie: Zou het antwoord op vraag 145 wellicht
"Northern Province (Northern Transvaal) NPR (Hoofdstad: Pietersburg)"
kunnen zijn? Analoog daaraan: Free State (Oranje Free State) FRE Hoofdstad:
Bloemfontein. Theo
vraag 144


Brief van Babylon USA (27-5-1924) geadreseerd
aan Kiosk Westermarkt in Amsterdam. Er moest voor het afhalen kennelijk
betaald worden, want linksboven staat een rood stempeltje
"Afhaal/kosten/10 (cent)". Wie weet meer van dit stempeltje (gebruik/door
alle kiosken?)
Reacties naar de webmaster
vraag 143

Gelijktijdig met het Massan naamstempel zijn er
in 1809 een aantal andere stempels geïntroduceerd. Het betreft de stempels
P.P. (Port Payé) en Chargé (aangetekend). Zoals duidelijk zal zijn werd
het stempel P.P. geplaatst op gefrankeerde stukken en het stempel Chargé
op aangetekende stukken. Ook zijn in deze periode rayonstempels in gebruik
genomen. Deze werden gebruikt bij correspondentie naar Frankrijk.
Bijgaande gefrankeerde brief is op 8 april 1814 uit Zegveld (nabij Woerden)
verzonden naar Den Haag. Aan de voorzijde is de brief voorzien van het
naamstempel Woerden (K.19) en het stempel P.P. (K.20) voor gefrankeerde
stukken. De achterzijde is voorzien van een met pen geschreven aanduiding
van het verschuldigde port: 3. De schrijver doet in de brief overigens
zijn beklag over het feit dat hij zijn achterstallig salaris over de jaren
1811 t/m 1813 nog moet ontvangen van zijn vorige betrekking als predikant
te Moercapelle. Het gebruik van stempelcombinatie K.19 en K.20 doet
vermoeden dat te Woerden nimmer het gekapte departementsstempel P. P./WOERDEN
gebruikt is. Als verzamelaar van de Posthistorie van Woerden heb ik dit
stempel nog nooit gezien, laat staan in mijn bezit. Kan iemand zijn licht
over deze stelling laten schijnen? Peter de Jeu
Reacties naar de webmaster
vraag 142

Ik ben in het bezit van een brief verzonden per transatlantische
luchtdienst van Schagen naar New
York op 4 maart 1941 (censuur Keulen 6 maart
1941). Tevens aan voorzijde voorzien van een stempel GEZIEN/CURACAO/CENSUUR.
Ik heb in PHS 20 niets kunnen vinden over een eventuele route via
Curacao. Ik zou graag willen weten langs welke
route deze brief in New
York terecht is gekomen. Klaas Kramer Heerenveen
Reacties naar de webmaster
Reactie: De inzender van de vraag stelt dat de brief via
Curacao naar de V.S gestuurd is. Dit is een verkeerde veronderstelling. De
brief is juist via de V.S naar Curacao gestuurd. Tijdens de tweede
wereldoorlog was de postverbinding met de Nederlandse Antillen verbroken.
Veel mensen gebruikten toen een intermediairadres om zo hun brieven naar
gebieden te sturen waarmee geen rechtstreeks postverkeer mogelijk was. Ook
in dit geval is gebruik gemaakt van een postadres in de Verenigde Staten,
waarna de brief (waarschijnlijk in een andere envelop omdat er geen
verdere wijziging van de adresgegevens op de evenlop voorkomen)
doorgestuurd is naar de Nederlandse Antillen, alwaar hij bij aankomst
gecensureerd is. C.J van de Horst
vraag 141

Kan iemand iets
vertellen deze bizarre strafportbrief?
Verzonden met 2 portzegels en 3 normale
zegels vervolgens
toegevoegd met 3 portzegels omdat het port
te weinig was? (Totaal 22ct)
De brief is geschreven in het Duits maar dus
blijkbaar niet vanuit Duitsland verzonden.
Is het gebruikelijk om portzegels als gewone
verzending te gebruiken?
Betreffende de waarde zou ik ook graag
informatie hebben is dat:
Port 61 - -.-
NVPH 115 - 3.50
Port 62 - -.-
NVPH 134 - 78.00
NVPH 123 - 18.00
Port 51 - ???
Port 45 - 45.00
Port 45 - 45.00
----------------------------
Reacties: De brief moest in verband met het gewicht tussen 20-100
gram met 15 cent worden gefrankeerd. Hiervan is 3 1/2 cent door middel van
portzegels verantwoord. Portzegels hadden geen frankeerwaarde (staat ook
op de enveloppe vermeld), zodat tweemaal 3 1/2 cent = 7 cent strafport
moest worden betaald. De waarde van het stuk schat ik op 10-20 Euro. G.
Holstege, Haren, 9 september 2005
De brief is uit 1924. Het interlokaal tarief voor een gewone brief was 10
cent en voor de 2e gewichtsklasse 15 cent.
De verzender uit Enschede (interlokaal) heeft ofwel 2 “zeldzame”
portzegels uit zijn collectie “correct” afgestempeld willen hebben en
plakte ze daarom tussen de frankeerzegels ofwel de brief was meer dan de
1e gewichtsklasse en daarom zocht hij 3 ½ cent extra zegels en vond nog 2
portzegels.
Samen werd dit toen 15 cent.Beide doelen (frankeren voor gewicht of
gestempelde zegels voor de verzameling) waren hiermee binnen bereik en de
brief werd verzonden.
In Delft plaatst de PTT in blauw een bemerking: portzegels mogen niet voor
frankering worden gebruikt en brengt de 3 ½ cent in mindering en beport de
brief met 2x 3 ½ cent = 7 cent dwz 2x1 en 1x 5=7 cent. J. van der Meer
vraag 140
Weet iemand iets over het gebruiksdoel
van dit stempel? Het is afkomstig van een oud PTT'er die in Haren (Groningen)
gewerkt heeft, HRN zal dus wel voor haren staan.
Reacties naar de webmaster
Dit stempel is een afdruk van een lak-cachet. Om brieven
en zendingen van waarde tussen postkantoren onderling te verzegelen,
dienden deze brieven met rood of zwart lak verzegeld te worden. Met dit
stempel werd in de verwarmde lak een afdruk gezet. Postambtenaren (geen
postbodes) op grote kantoren hadden ieder hun eigen lakstempel, meestal
waren dat hun initialen.Op kleinere kantoren bevond zich alleen een of 2
lakstempels van dat kantoor. In dit geval dus inderdaad het lakstempel met
de postale afkorting van Haren(gn) erop. Ook aangetekende brieven met
aangegeven waarde, zowel particulier als zakelijk, dienen van lakstempels
te worden voorzien en wel op een zodanige wijze dat de brief niet zonder
verbreking van de lakken kan worden geopend.
Met hartelijke groeten,
Cees van Leeuwen.

Hierbij een voorbeeld,
Patrick
vraag 139
Aangehecht
scans van een ontvangsterkenning van een voedselpakket in Juli 1944. (ik
heb er nog 2, van December 1943 en Januari 1944). Er staat in de Postzak
nr 170 van Dec 1990 een artiekel over voedselpakketten die óf van Philips
in Lissabon kwamen óf via Lissabon van het Rode Kruis in Londen. Er is
echter geen enkele melding van voedselpaketten met een adres in
HAMBURG voor ontvangst
bevestiging. Heeft iemand bij Po & Po hier mogelijk informatie over? Alle
drie de kaarten geven een opdrachtadres in Duitsland, dus niet uit
Portugal. De afgebeelde kaart is uit Laufen, de andere kaarten zijn uit
Ibach en Arlesheim
Verder zoek ik enige informatie over een noodstempel van 29 AUG 1945 van
HEYEN op de noodbriefkaarten uit 1945.
Reacties naar de webmaster
Reactie: De kaarten met opdrachtadressen in Laufen,
Ibach en Arlesheim hebben wel degelijk een analogie met Lissabon. Deze
drie plaatsen liggen in Zwitserland, dat in de oorlog neutraal was.
(Frans van de Rivière, 2007-05-13)
vraag 138

Wie heeft er info over dit machinestempel?
Reacties naar de webmaster
Uitvoerige informatie hierover is te vinden in: "Het
gebruik van stempelmachines te Nijmegen in de oeriode 1907 - 1947", in
Catalogus Waalpost 88 / Nijmegen pag. 24-44. Het afgebeelde stempel is
type X (volgens catalogisering van vd Wart) en afkomstig uit een Universal
stempelmachine. Voor achtergrond informatie over de tekst (Nederlands
Fabrikaat) zie o.a. "Reclame in Nederlandse poststempels", De Postzak, nr,
192, augustus 2001, blz. 230-244. Jos Stroom
vraag 137

Wie kan zijn licht laten schijnen over het
grootrondstempel Haarlem 4 - 8 N?
Reacties naar de webmaster
vraag 136

Voor de publicatie (Posthistorische Studie) over
de TranSorMA zijn reeds enkele oproepen in ons Verenigingsnieuws geplaatst.
Op de vraag : Wie is in het bezit was van "potloodstrepen" op stukken uit
1931, kwam een reactie uit Nijmegen.
In een bedrijfsarchief werden diverse poststukken aangetroffen met deze
potloodstrepen in 1931. Echter: vanaf 1914 zijn er ook stukken die op de
achterzijde ook "soortgelijke strepen" vertonen. Met vrij grote
stelligheid wist men te verklaren dat die niet binnen het eigen bedrijf
konden zijn aangebracht. (Zie 4 voorbeelden).
Omdat het m.i. niet "toegestaan" is om "zomaar" postale kenmerken aan te
brengen op poststukken, ben ik benieuwd naar antwoorden op de volgende
vragen:
1. Zijn er bij verzamelaars meer van dit soort "strepen" bekend op de
achterzijde van poststukken (drukwerken/briefkaarten) in de periode
1914-1931 ?
2. Weet iemand iets over voorschriften (in Dienstorders of
Dienstmededelingen) over het markeren van foutief gesorteerde poststukken
? Voorschriften die hiermee verband zouden kunnen houden ?
3. Welk antwoorden op hier niet gestelde vragen zouden ons hierin toch
verder kunnen helpen ?
Reacties naar de webmaster
vraag 135

Wie kan vertellen of het stempel rechtsboven,
met daarin de afbeelding van Sint Margaretha
patrones van het monnikenklooster Baumburg, gebruikt is om portvrijdom aan
te geven. Het stempel is
afgedrukt op de plek: zum aufkleben der freimarken.
Reacties naar de webmaster
vraag 134

Is er een Po&Po-er die dit strafport kan
verklaren??
Reacties naar de webmaster
Reactie: Het luchtrrecht van Argentinië naar Nederland
was in 1939 1 peso 25 centavos, het enkelvoudige briefport 20 centavos.
Gaan we er nu van uit dat de brief meer dan 5 maar minder dan 10 gram
woog, dan had geplakt moeten worden P 2.70. Maar er zit maar P 1.45 op,
dus P 1.25 te weinig. Dit verdubbelen en vermenigvuldigen met 5/8 (de
verhouding tussen het nederlandse en argentijnse enkelvoudig port) levert
f 1.5625 op, afgerond op de eerstvolgende cent, dus f 1.57.
Ik zie geen enkele aanduiding van het gewicht, noch een portaanduiding,
wat dan moet betekenen dat de brief in Nederland gewogen is. ('en niet te
licht maar te zwaar gevonden')
vraag 133

In
de Ned
catalogus onder Ned. Indië “Noodportzegels” nummer 1 staat een afbeelding
met de handtekening horizontaal. Dat is ook zoals ik hem heb. Een tijd
geleden kocht ik op een veiling in Nederland een kavel waar ook een
noodport couvert
in zat, maar die had de handtekening diagonaal. Was die handtekening los
aangebracht of deel van het geheel? Is hiet iets over bekend?
Reacties naar de webmaster
Reactie: Dit noodportstempel, waarbij het
handtekeningstempel van de postkantoordirecteur behoort, zijn twee losse
stempels, afgestempeld met inkt van hetzelfde stempelkussen. Er zijn veel
van dergelijke poststukken, gewoonlijk drukwerken, bewaard gebleven,
waaronder diverse geadresseerd aan de destijds in Indië bekende
verzamelaar W.F.H. Boes Lutjens. Echt gebruikt, dus zonder filatelistische
bijbedoelingen, zijn poststukken met deze noodportstempels zeldzaam tot
zeer zeldzaam.
Peter Storm van Leeuwen
Reactie: Ik heb een identiek exemplaar in mijn verzameling, met dezelfde
datum en dezelfde geadresseerde.De onderlinge positionering de rechthoek
en de handtekening lijkt ook dezelfde.
In het boek van P.R.Bulterman "Poststempels Nederlands-Indië 1864-1950"
staat op blz. 231 een afbeelding met ook een diagonaal geplaatste
handtekening, echter iets hoger en meer naar rechts.
Bulterman merkt op dat gebruik na maart 1921 maakwerk betreft.
Dick Tjaden
vraag 132
Bijgaand een afbeelding van een
baarfrankering uit s'Gravenhage dd. 14 XII 27, die ik niet kan terugvinden
in "Van der Wart". Ook in het artikel van de Heer Stroom in Postzak Nr.196
staat er niets over
Is dit een nieuwe vondst of heb ik niet goed gezocht? Overigens heb ik ook
nog twee baarfrankeringen met machinestempel type IIIFd uit 1937, waarvan
ik er 1 meescan. Ik heb deze stukken al enige tijd in mijn bezit en kom er
nu pas toe om het te melden, omdat ik onlangs in het bezit kwam van een
baarfrankering van febr. 1910 uit München op een privé gedrukte
adreswijzigingskaart van een postzegelhandel aan zijn klanten waarop de
vermelding staat:
"NB. Bei dieser Mitteilung wurde von der seit 1. Februar 1910
in Bayern eingeführten Barfrankierung Gebrauch gemacht."
Ik meende ergens (jubileumuitgave NBFV 1983? ) gelezen te hebben, dat de
vroegst bekende Barfrankierung van München van 1913 of 1914 was.
Reacties naar de webmaster
Reactie: De "baarfrankering" uit 1927 is een afdruk van
een van de eerste frankeermachinestempels die in ons land werden gebruikt
sinds september 1925. Deze waren van het type Universal Postal Franker. De
7 onder de waardeaanduiding geeft aan wie de eigenaar van de
stempelmachine was. In dit geval de verzekeringsmaatschappij De
Nederlanden van 1845. Voor Filatelie ben ik een artikel over deze stempels
aan het voorbereiden dat waarschijnlijk in september gepubliceerd zal
worden.
Jeffrey Groeneveld.
vraag 131

Wie kan vertellen wat een plikart is?
Reacties naar de webmaster
Reactie: Een plikart is dacht ik een (drukwerk-)kaart
met daaraan gehecht een af te scheuren kaart voor beantwoording. De term
is m.i. vooral terug te voeren op (druk)technische uitvoering van de
kaart, die vroeger veel in het zakelijk verkeer werd gebruikt.
Vriendelijke groet, D.G. Hoek, Wageningen
Nog een reactie: Naar mijn mening is het antwoord op de vraag wat een
plicart is, gedeeltelijk juist. Het gaat hier om druktechnische redenen
dat de briefkaart op een langer kaartformulier wordt afgedrukt. Een deel
van de kaart wordt gevouwen en halverwege de voor- of achterkant
vastgeplakt. Met andere woorden de plicart is gedeeltelijk dubbel.
Hierdoor wordt de kaart steviger. Het is mij niet bekend dat een
antwoordgedeelte aanwezig was. In verzamelingen poststukken zie je nog wel
eens dat het geplakte deel los is geraakt. Met hartelijke groeten, Cees
van Leeuwen.
En nog 1: De term "Plikart"is vermoedelijk een merknaam die soortnaam is
geworden. Het is een kaart die bedoeld is voor gebruik in een
schrijfmachine. De afzender kan het adres en de boodschap in één keer
intikken, waarna door vouwen en vastplakken het adres aan de ene kant van
de briefkaart terechtkomt en de boodschap aan de andere kant. Let maar
eens op: de voor- en achterkant van een plikart staan omgekeerd ten
opzichte van elkaar.Er is niet veel fantasie voor nodig om te bedenken dat
de (Amerikaanse?) uitvinder/fabrikant bij de naamgeving dacht aan "ply
card". To ply = vouwen.
Jac Spijkerman
Nog een reactie: Tijdens een historische lezing vernam ik dat oorkondes
vroeger ter versteviging onder dubbel werden gevouwen om op zo'n wijze de
lakzegels aan touwtjes te bevestigen.
Dat onderste deel werd "plique" genoemd en vanuit het frans vertaald
betekent dit "vouw". Omdat de plikarts ook altijd een gevouwen deel
bezitten, mag worden verondersteld dat het woord plikart een afgeleide is
van het franse woord "plique".
Met hartelijke groeten, Cees van Leeuwen
vraag 130

Oostfriesland and Jeverland were 1807 - 1810
enclosed in the Kingdom of Hollande. In 1809 all Netherlands offices -
incl. those in the two new provinces - received a new one-liner "stempel".
Also Emden (or Embden) in Oostfriesland received a "stempel". In the book
by P.C.Korteweg: "Postdienst en Poststempels hier te lande tot 1811" we
see that a "stempel" for Emden was ordered and the spelling was EMBDEN. In
his other book "300 Jaar Postmerken" we see that this "stempel" has been
seen and the spelling is EMBDEN. Now we turn over to the FEUSER Station
catalogue. Here we find for Emden: In 1815 - for the first time - there
existed a "stempel" with the spelling of EMBDEN.
Does anybody have an idea if this "stempel" was delivered in 1809 and
therefore is a kind of Holland postmark. A letter of 1816 with this "stempel"
is enclosed.
Reacties naar de webmaster
Reaction: In ref. to your question I looked into the book ,,
Geschiedenis van het Nederlandsche Postwezen 1795-1810 by Mr. E.A.B.J. ten
Brink
From page 307 on he states the following ( my "free" translation:
During november/december 1808 a Dutch inspector ( Mr. Koopman) made a
report ( 254 pages!!) on the postal situation in Ost Friesland.( postal
rchive no 55 not. 6 Jan 1806 folio 20-307).
Although he reported a sound postal system, it was decided to re-arrange
the postal service "the Dutch way". A proposal to create a 6th
arrondissement for Ost Friesland including Groningen as interchange office
was sent to the King ( Lodewijk Napoleon) and aproved by him on July 2
1809( postal archive no 12. Kon. besluit 2 Juli 1809 ). The main post
offices for this 6th arrondissement were now: Aurich , EMBDEN ( in this
spelling!) , Leer and Groningen
According to ten Brink the official paper reads EMBDEN so I assume the new
one-line cancels you refer to were also issued in this spelling!!
Hope this helps some, if you like Ten Brinks complete story, I can either
e-mail a copy of the concerning pages or send you the book.
With kind regards, Lex Geijs
Albert Reinhardt in his book on the Conquered Departments reports a EMBDEN
postmark used in 1811. I have made some further inquiries at Albert
Reinhardt and he says: To my knowledge there exists only one type EMBDEN.
So the shown "stempel" of 1816 is a late use of a Dutch postmark.
(P.C.Korteweg has reported a EMBDEN as a Dutch postmark)
vraag 129
Een Po&Po lid heeft de volgende vraag:
Ik ben o.a. een verzamelaar van de Puntstempels van Nederlands Indie. Nu
vraag ik mij af hoe ik de verschillende typen stempels (zie Bulterman) kan
relateren aan de mate waarin zij voorkomen. Bepaalde typen zijn zeldzamer
dan de andere (bijvoorbeeld de omgekeerde vlag van de 1 van weltevreden).
En
andere vraag voor mij is de waardebepaling aan de hand van het
puntenstelsel. Hoe kan ik dit relateren aan een prijs in Euro's?
Reacties naar de webmaster
Reactie: In het najaar van 2005 geeft de NVPH een
bijzondere catalogus uit met daarin diverse prijslijsten. Zo zal een
prijslijst worden opgenomen van puntstempels van Nederlands-Indië op zowel
losse zegel (10 cent nr. 9) als op poststuk. Geen onderscheid wordt
gemaakt tussen de diverse typen van een bepaald kantoor, en ook niet op
alle waarden waarop dat puntstempelnummer voorkomt (of mogelijk kan
voorkomen). De auteur vindt dat de prijsbepaling daarvan te veel zou
berusten op gokwerk, en daarmee is de verzamelaar niet gediend. Bovendien
hoeft ook weer niet álles van prijzen te worden voorzien. Peter Storm van
Leeuwen
vraag 128

Afgebeeld is een poststuk met een rond stempel :
"Nederlandsche Vrijwilligers in de Germaanschen Landdienst / KAMP 1
TIEGENHOF"
en een poststempel Marienwerder (Westpr.) 18 - 6 - 43. Op de achterzijde,
- oa.-(naam afz.)- Landdienstlager Danzig. Wie weet er meer over dit "
kamp "-stempel en het gebruik er van?
Reacties naar de webmaster
Reactie: Op het gevaar af dat ik hieronder dingen ga
schrijven die de eigenaar van het stuk wellicht al lang wist, hierbij toch
enige zaken die ik voornamelijk na enig speuren op het net heb kunnen
vinden.
Tiegenhof (nu Novi Dwor Gdanski) ligt onder Danzig en is een knooppunt van
smalspoorwegen. Er was o.a. ook een suikerfabriek wat ook al duidt op
grote landbouw (bieten) arealen.
De Germaansche Landdienst was nauw gelieerd met de jongeren
organisatie van de NSB de Jeugdstorm, en was bestemd voor jongens en
meisjes van 14 tot 16 jaar die op daarvoor uitgekozen boerenbedrijven in
Duitsland konden werken en leren. Uit ansichtkaarten verzamelingen blijkt
dat er Landdienstlager in geheel Duitsland waren, de jongens en de meisjes
waren ondergebracht in grote stenen boerengebouwen. De Nederlandse
Jeugdstorm had blijkbaar een specifieke relatie met de Landdienst in
Tiegenhof. Over de Germaanse Landdienst zelf is niet veel te vinden maar
er bestaat een roman over: Cor van Eggelen, Het vijfde wiel, Uitgever
Boekenplan ISBN 9071794644. Ik heb het boek zelf niet en ook niet gelezen.
Het stempel op de brief rechtsonder toont ook het teken van de Jeugdstorm
( de meeuw). Deze jeugdorganisatie was niet toegelaten tot de veldpost.Het
stempel is dus geen toelatingsstempel zoals bij de veldpost. Het lijkt dus
meer een stempel om aan te duiden wie de afzender is.De getoonde brief is
toevallig gericht aan een onderofficier bij de Luftwaffe in België en kan
per veldpost dus portvrij verstuurd worden. Er zouden ook brieven te
vinden moeten zijn met Nederlandse of Belgische bestemmingen die
gefrankeerd en ook gecensurrerd zijn.
De brief is gepost in Marienwerder wat op zich niet erg logisch lijkt
(Tiegenhof ligt veel noordelijker) , want de brief is verder verzonden met
de SF 111 Tilsit - Brussel. Van Marienwerder is de brief weer teruggegaan
naar Marienburg en vandaar naar Königsberg waar veldpost voor Brussel en
Parijs verzameld werd. Königsberg was ook Postsammelstelle maar dat was in
dit geval niet nodig omdat Luftgaupostamt Brussel in de adressering
opgenomen was. Hier werden de bundelzakken voor LPGA Brussel dan ook klaar
gemaakt. (zie Gericke, Die Feldpost im zweitem Weltkrieg, pagina 138,).
Deze verlofgangerstrein reed dagelijks van Tilsit, via Königsberg,
Schneimühl, Berlin, Hannover, Löhne, Dortmund, Maastricht naar Brussel.
Zoals ik ik zei, wellicht is bovenstaande al bekend, maar
beter dubbel dan wellicht niet.
Piet Miesyerus
vraag 127


Wie kan er meer vertellen over dit stuk?
Verklaring tarief (waarde strookje onder het lakzegel van de Duitse
Censuur)?
Waarom is het aantekenstrookje met blauw potlood doorgehaald?
Reacties naar de webmaster
Reactie: Frankering van deze R-brief met aangegeven
waarde had moeten zijn:
2e gewichtsklasse ( 25,5 gram) naar Duitsland : 20cts
Aantekenrecht : 10cts
Verzekeringsrecht voor Duitsland
??? ( kan waarde niet lezen) x 5cts : ??
De brief is dus duidelijk onder gefrankeerd , hetgeen raar is omdat de
brief behandeld/ getaxeerd is door postkantoor Waalwijk???!!!
Behandeling door de Censor in Emmerich is normaal in deze periode ,
hersluiten middels strook en lakzegels bij waarde is ook normaal.
Doorhaling van R-strook + waardebedrag is mijns inziens te wijten aan de
te lage frankering omdat het verzekeringsrecht niet voldaan werd en maar
een gedeelte van het aantekenrecht
Dat de Censor voorzichting was met waarde brieven cq brieven waar geld
ingesloten was mag blijken uit de bijgaande scans.
Deze aangetekende brief met ingesloten geld ( niet verzekerd , maar was
wel toegestaan) heeft ingesloten nog een bericht van de Censor "Bei
prüfung Hf. 140,= vor-gefunden , keine schrift mitteilungen.
Postüberwachung Emmerich-2 ,6.6.16,"
Met vriendelijke groet, Lex Geys
De brief heeft geen Nederlandse
aanduiding dat er onvoldoende gefrankeerd was. Daardoor
werd in Duitsland de brief als voldoende gefrankeerd
behandeld, en er werd geen port geheven.
Dat de
Nederlandse aantekenstrook doorgehaald werd, heeft een
heel andere reden. In Duitsland werden waardebrieven
afzonderlijk behandeld van aangetekende brieven. Zulke
brieven kregen in Duitsland geen aantekenstrookje. De
Duitse donkerrode V-stroken zijn pas van veel latere
datum. Bij een waardebrief van Nederland naar Duitsland
werd
altijd
de Nederlandse R-strook doorgehaald om duidelijk te
maken dat het niet als aangetekend maar als waardebrief
behandeld moest worden.
Dio Glaudemans
vraag 126

Wie kan helpen met dit portzegel 16
van Nederland?
Volgens de catalogus Eerste-dag brieven is dit zegel op Juni ’96
aangekondigd en de oudste bekende afstempeling is van 5-1-’97.
Dit zegel is gestempeld te Breda op 20 Juni ’95. Reacties naar de webmaster
Uiteraard moet ik het doen met het aangeboden plaatje, maar
ik denk
dat het jaartal 05 is. De 9 lijkt mij een 0 met soort haartje als
verbinding, zodat het wellicht een 9 lijkt. Het "buikje" van de 9 is
grillig ipv van mooi rond.
Rene Hillesum
vraag 125

Ik trof en luchtpostblad aan, dat gebruikt was
in 1948. Hij was afkomstig van een militair, gelegerd in Soerabaya. Onder
het poststempel staat gedrukt: Militair portvrij. Qua afmeting in
opgevouwen toestand en qua lettertype komt dit blad overeen met de
luchtpostbladen 1a en 1b en 2a en 2b. Ook het doel van dit luchtpostblad
lijkt hetzelfde.
Het enige wat ik op dit moment kan bedenken is, dat de luchtpostbladen 1
en 2 uit de Geuzendam catalogus gebruikt werden voor correspondentie
vanuit Nederland naar Nederlands-Indie en dat het door mij gevonden
luchtpostblad werd gebruikt voor de correspondentie naar Nederland.
Zijn hier meer dingen over bekend ? Reacties naar de webmaster
Reactie: Cees Stapel
heeft er een heel boek over geschreven: "De Postbladenkwestie", PHS VII.
In dit boek onderscheidt hij verschillende typen militaire
luchtpostbladen, genummerd 1 t/m 14.
Jac Spijkerman
vraag 124
Heeft iemand dit plaklabel eerder
gezien en weet het hoe en waarom??
De gehele tekst van het label luidt:
Deze brief door den ondergetekende uit Hoenderloo
ontvangen ,teneinde daaraan, onder den stempel van dit kantoor, adres te
verleenen
Hoenderloo, den 5/6/44
De stationhouder
Ik kocht het stuk vanwege het "de stationhouder" ik kwam er achter dat
Hoenderloo helemaal niet aan een spoor/tramlijn ligt dus ook geen station
had/heeft.
Buiten de vreemde tekst is "de stationhouder" dus ook een raadsel.
Reacties naar de webmaster
Reactie: Het betreft hier de benaming van een rang bij
PTT-Post, er waren directeuren voor hoofdpostkantoren, kantoorhouders voor
hulppostkantoren en stationhouders voor de kleinste postkantoren, deze
kleine postkantoren werden poststations genoemd. De houders van deze
poststations heetten stationhouders. Ik meen dat deze poststations in de
70er jaren werden opgeheven.
Met hartelijke groeten,
Cees van Leeuwen.
vraag 123

Wie weet er meer van deze sticker?
Reacties naar de webmaster
Reactie: Als een postzending niet of onvoldoende
gefrankeerd is door de afzender, zou de Post die zending eigenlijk retour
moeten sturen. In de praktijk gebeurt dat niet: de zending wordt bij de
geadresseerde afgeleverd met een betalingverzoek. U kent ze wel, die
portkaarten waarop je een aangegeven bedrag aan postzegels moet plakken en
die je terugstuurt aan het postkantoor.
De kaarten hebben het formaat van een briefkaart en worden aan de
achterkant van het poststuk geplakt met twee geperforeerde stickertjes "Hierlangs
afscheuren".
Blijkbaar vindt TPG Post die portkaarten niet opvallend genoeg meer. Sinds
enige tijd wordt op onvoldoende gefrankeerde stukken namelijk ook een
etiket P 4503 op de voorkant geplakt. Dit is een zelfklevend etiket van
2,5 cm hoog en 8 cm lang, met aan de rechterkant een grote "T", de
internationale
aanduiding voor ontbrekend port. In de linkerbovenhoek van het etiket
staat het embleem van Koninklijke TPG Post met daarnaast de tekst "portzending",
uitgespaard uit een rode balk. De tekst van het etiket is neutraal
gehouden: "De zending voldoet niet aan de voorwaarden die TPG Post aan de
frankering stelt". Alle exemplaren die ik tot nu toe gezien heb, hebben
als drukdatum 1103; misschien is het etiket pas eind vorig jaar
geïntroduceerd.
Jacques Spijkerman
Nog een reactie: Deze stickers worden ook op de envelop geplakt als deze
het gedrukte portaanduiding "TPG Post betaalt" op de envelop heeft, maar
geen aanduiding van welk bedrijf of instelling het komt. Hiermee geeft men
dus aan dat de verzending niet aan de eisen voldoet. Op het moment dat er
geen verzender op de envelop aanwezig is zal de envelop verzonden worden
ZONDER strafport naar mijn idee omdat de TPG geen vertraging wil in de
verzending van hun klanten en geen gezeur wil met verzending van hun. Ze
vinden voorval te onbelangrijk ommoeilijk over te doen. Je kunt dit testen
door het TPG Post Betaalt logo van de TPG site te halen, op een en velop
printen en naar jezelf verzenden. Je zal zien dat er of een sticker op zit
of niet, maar je geen strafport hoeft te betalen. Vele mensen hebben dit
al echter door en er wordt al van alles "gratis" verzenden zonder
portokosten.
Vriendelijke groetjes, Patrick (Stuiverbriefverzamelaar)

vraag 122

Wie kent afdrukken van bijgaand poststempel van
ROTTERDAM BOOMPJES uit 1907? Waarvoor is het stempel gebruikt?
Reacties naar de webmaster
Reactie: Heeft het (hulp)postkantoor Rotterdam -
Boompjes wel bestaan?
Komt niet voor in: Postkroniek van de stad Rotterdam van J.F. Rodenburg.
(Uitgegeven:1990.) Jan Oosterboer - Rozenburg ZH
vraag 121

Aangetroffen op ongebruikte verhuiskaart 8c een
baarfrankeringsstempel 's Gravenhage 13 april 1966, zonder
waardeaanduiding. Op achterzijde is met pen geschreven: Gratis aan
bewoners Leidschendam verstrekt door b en w.
Eenzelfde stempel is ook bekend op de kaart van 7c.
Wie weet wat hier aan de hand is geweest? Zijn dergelijke kaarten ook
gebruikt bekend?
Reacties naar de webmaster
De
kaart is verstrekt aan bewoners in Leidschendam die kort nadat ze hun
nieuwbouw woning betrokken hadden, werden geconfronteerd met een
huisnummerwijziging.
Een
artikel is inmiddels in De Postzak verschenen.(nr. 201)
Jos
M.A.G. Stroom.
vraag 120

I have just found an interesting
transit stempel of which I include a scan. It says "NORD N:1 6 (o'clock)
26 / 8" (8 for August). It is placed on a letter posted in Liège to Den
Haag on the day before: 25th of August 1863 - 9 o'clock in the evening. I
cannot find it in the catalogue of James Van der Linden on the transit
stempels. Has something disappeared in the stempel? Has anybody seen this
before?
Reacties naar de webmaster
Claude Delbeke gave me this answer: The actual handstamp is
not used for international border crossing connections, so James Van der
Linden does not list it in his book "Marques de Passage". It is an
internal Belgian train handstamp. Nothing is missing before the word of
"NORD". Still the actual handstamp is interesting being an exchange
postmark. J.De Bast has published a catalogue on train post office
handstamps.
vraag 119

Expressestukken werden ook wel bezorgd door de
bestellers van de telegraafdienst ter plaatse. Op deze op 9 september 1926
per expresse verzonden brief uit Brussel is een portzegel bijgeplakt van
20 cent, gestempeld "Rijkstelegraaf ´s-Gravenhage" op 10 september 1926.
De brief werd in Brussel gefrankeerd met 2,25 Fr. Tevens werd een
taxstempel T geplaatst met erbij geschreven in paars 040 FR. Verder is nog
20 in blauw porlood op de brief genoteerd. De brief moest naar de Lange
Houtstraat in Den Haag.
Voor expressebrieven die meer dan 2 1/2 km buiten de bestelkring van het
postkantoor bezorgd moesten worden diende een aanvullend recht - "afstandsrecht"
te worden betaald door de geadresseerde. Deze aanvulling werd middels
portzegels verantwoord. (Zie L. Goldhoorn, Posthistorische Studies VI, blz.
40 e.v.).
Vragen: Is de 20 cent port bedoeld voor een te lage frankering door de
Belgen? Hoe is het Belgische tarief opgebouwd? Hoe kan een expressestuk,
dat toch aan het loket wordt aangenomen, ondergefrankeerd zijn?
Of is hier toch sprake van het aanvullend expresserecht ad 20 cent? Ligt
de Lange Houtstraat inderdaad zo ver van het postkantoor? Waarom staan al
die internationale portaanduidingen dan verder op de brief?
Reacties naar de webmaster
De oplossing is als volgt. Het tarief voor een
enkelvouidige brief van België naar Nederland was in 1926 1 fr, het
expresse recht 2 fr. Totaal 3 fr.
Geplakt was 2Fr25 dus 75 ctms te weinig. Port derhalve 2 x 75 x 3/25 = 18
cent, afgerond op het eerstvogende 2½ cents voud geeft 20 cent.
De breuk 3/25 geeft de verhouding weer tussen het internationale tarief
van Belgie en van Nederland voor een enkelvoudige brief (los van de
reductie voor brieven tussen deze twee landen).
Luuk Goldhoorn
Ik had nog toe kunnen voegen dat de 40, in België geplaatst, ook het
verschuldigde (verhoogd) port aangeeft, dat in Nederland omgerekend werd
tot 20 cent.
Nee het port had dus niets met afstandsrecht van doen. LG
vraag 118

Hierbij een krantenbandje gefrankeerd 1cent
cijfer van Arnhem-Station 18 nov.1948 naar Zwitserland.
Allereerst: 1948 is niet duidelijk (zie tweede scan). Mijn vraag: het 1
cent tarief naar het buitenland kan volgens mij alleen voor braille,
echter voor 1-7-53 was dat 2 cent en na die datum pas 1 cent.
Op het krantenbandje staat niet "braille", maar ging wel naar een
Instituut Montana in Zwitserland. Dit instituut is echter een kostschool,
en niet speciaal voor blinden.
Wie heeft de oplossing?
Reacties naar de webmaster
Reactie: Is de datering niet gewoon 18 november
1958?????? probleem opgelost??!!
Lex Geijs
vraag 117

Deze briefkaart (G 183) is particulier bedrukt
met de tekst "Geen philatelist zonder het Nederlandsch Maandblad voor
Philatelie" en "Serie A No. 1".
Kan iemand dit nummer veklaren en zijn er meer van deze kaarten met nummer
bekend?
Reacties naar de webmaster
Op mijn vraag op blz. 183 van de vorige Postzak (132,
red) kreeg ik al spoedig antwoord. De heer Benders uit Odijk, afzender van
de op de omslag afgedrukte kaart, zond mij de volgende brief:
In onze studententijd in Utrecht viel de periode van de particulier
bedrukte briefkaarten (Olympiade, enz.), en mijn vriend Mr. G. W. A. de
Veer en ik vonden dat we niet achter konden blijven. Er was in die jaren
nogal eens wrijving tussen het Maandblad en 'DePhilatelist' van de heer
Korteweg (niet in de persoonlijke sfeer gelukkig), en na lang denken over
een geschikte tekst kwamen De Veer en ik tot het op de briefkaart
afgebeelde resultaat. Bij een kleine drukkerij in de Lange Jansstraat in
Utrecht lieten we 100 kaarten bedrukken, waarvan 50 met (als ik me goed
herinner) 'Serie A No. 1'en 50 met 'Serie A No. 3'. Opzettelijk geen
'Serie A No. 2, "om het nageslacht tevergeefs aan het zoeken te zetten".
De kaarten zijn alle opgebruikt; ik heb er geen meer over.
Enige tijd later kwam de heer Korteweg met zijn antwoord; "d'lnstuif Laren
N.H. " was toen zijn adres (zie de tweede kaart op blz. 183). - Een en
ander heeft zich geheel in de ludieke sfeer afgespeeld.
Jan Verhoeven
vraag 116

Wie kan mij vertellen waar het kantoor HOLLANDIA
- BASIS lag ?
Was dit het officiele dagtekenstempel van de marinebasis in Hollandia (
NNG ) ?
Het hele stuk is te bezien op
www.aantekenstrook.nl onder " Overzee " !
Reacties naar de webmaster
Na afloop van de oorlog liet de Amerikaanse strijdmacht
bij Hollandia een grote hoeveelheid goederen en gebouwen na. Een gedeelte
daarvan werd verkocht aan het Nederlands-Indische gouvernement, een ander
gedeelte werd vernietigd. Het beheer en de liquidatie van deze
basis-goederen werd opgedragen aan de "Stichting Beheer en Liquidatie
Basesgoederen". Deze stichting had haar kantoren en magazijnen aan de
haven en had alle aanwezige faciliteiten daar in beslag genomen. De
stichting werd gemakshalve aangeduid met de "Basis". Vandaar dat het ter
plaatse opengestelde hulppostkantoor de naam Hollandia-Basis kreeg. De
werkzaamheden van de "Basis" werden begin 1950 beëindigd, waarna het
hulppostkantoor een nieuwe naam kreeg: Hollandia-Haven. Echter bleef dit
kantoor het stempel "Hollandia-Basis" gebruiken tot in april 1955. Het
hulppostkantoor Hollandia-Basis heeft 4 typen dagtekeningstempels
gebruikt. Afstempelingen zijn bekend van april 1946 tot en met april 1955
(informatie: ZWP.087/011-021).
Vraag 115

Kan iemand iets vertellen over het stempel "DEB121 HATTEM"?
Reacties naar de webmaster
Een uit Semarang (NOI)
verzonden brief is na aankomst in Hellevoetssluis verzonden naar het adres
in Hattem.
Daar aangekomen blijkt bij het uitreiken van de post en tevens incasseren
van het port, dat geadresseerde en/of haar familie verhuist is naar
Leiden. Het nieuwe adres wordt aan ommezijde gesteld en de brief opnieuw
aangeboden voor verzending.
Het port kan niet geincasserd worden en moet in Hattem afgeschreven
worden.
Daarvoor wordt het stempel DEB 121 Hattem gesteld om de reden van
niet ontvangen penningen te rechtvaardigen.
Het incasseren van het port wordt op 29.8.1839 overgedragen aan Leiden
waar de brief op 31.8.1839 aankomt en bezorgd zal zijn want hij is niet
overgedragen als onbestelbaar aan het buro Rebuten.
Het nr 121 dateerd uit de periode 1810-1814 toen de franse
postvoorschriften in Nederland golden en Nederland in departementen was
ingedeeld. Het departement van Opper-IJssel met als hoofdplaats Arnhem
waarin Hattem lag, had binnen Frankrijk het departementsnummer 121. Na het
ontstaan van het koninkrijk in 1814 bleven veel franse stempels die zelden
werden gebruikt, zoals déboursé, nog lang in gebruik. Sommigen tot 1842.
Vervanging was immers prijzig en "ons ben zunnig".
Deze déboursé stempels vervielen op 1 mei 1845 bij de invoering van het
stempel "Afgeschreven" (Vellinga 253)
JPGM
vraag 114

Wie weet er meer van dit stempel Veld-Driel?
Reacties naar de webmaster
Het dorp Veld-Driel
- nu deel van de gemeente Maasdriel - had van 1905-1977 een hulpkantoor.
Dit kantoor heeft een administratief stempel gebruikt om een zegel te
ontwaarden die gebruikt werd als betaling van het port van een
pakketkaart.
Na tekening voor ontvangst op de kaart mocht de ontvanger de kaart helaas
nooit houden.
De hier getoonde stroken met zegels werden later door de PTT verkocht of
geveild waardoor de PTT 2x inkomsten ontving uit de verkoop van één zegel.
JPGM
vraag 113

Bijgaand een
kopie van een interessante complete brief, afkomstig van het. Kon.
Huis. Verzonden: ’s-Gravenhage 1 juni 1849, brief is bestemd voor de
Hertog van Nassau in het Hertogdom Nassau te Biebrich – Dld.- Is een
schrijven als uitnodiging om aan “Tafel” te zitten met de Koning en
Koningin der Nederlanden Graag een antwoord op de volgende vraag; Wie kan
een portverklaring geven van getoonde brief?
Reacties naar de webmaster
Reactie: This letter was not marked as coming from the
Dutch King so it was sent as a normal letter. The Dutch inland postage was
taken from the 1817 tariff and not the 1818 tariff. Therefore Den
Haag-Arnhem was noted as "20" cent and not 25 cent. The "20" cent was
converted to "3,75" Silbergroschen (Sgr) by the arrival in Prussia and
further converted to 14 Kreuzer. The Prussian share was 2½ Sgr according
to the special tariff annexed to the NL circular 359. 2½ Sgr was 8
Kreuzer. The Hessen share was according to the same circular 1,75 Sgr or 6
Kreuzer.
The total is now 14 + 8 + 6 = "28" Kreuzer as written on the front. The
addressee has made complaints as it was a kind of official letter. The
Hessen Postal Service (the Thurn & Taxis Post) has obviously accepted to
pay back the Hessen share giving a new total of "22" Kreuzer as written on
the front.
Erling Berger
vraag 112


Volgens de instructie op afgebeelde
adressenkaart zou deze gefrankeerd moeten worden met 2,5 cent (er werd 1
adres te Rotterdam nagevraagd).
Het tarief voor briefkaarten was in 1939 echter 3 cent (en in 1937,
drukdatum kaart, 4 cent).
Is hier nu sprake van tegengestelde instructies, werd er 3 cent
gefrankeerd om portonaheffing te 's Gravenhage te voorkomen of was er een
aanvullende instructie (bijv. 2,5 cent met een minimum van het briefkaart
tarief).
Reacties naar de webmaster
Het tarief voor zulke opvragingen was 2½ cent per adres,
zoals ook op de kaart staat. Er was verder geen port verschuldigd. Als
er met hnet briefkaarttarief gefrankeerd had moeten worden zou dat zeker
op de kaart gedtrukt zijn. De instructie is duidelijk: 2½ cent per adres.
Luuk Goldhoorn
vraag 111

In Geuzendam catalogues, Netherlands Indies,
envelopes, there are colour differences quoted for G13a and G13b of voilet
and lilia. Is there an way to tell which is which. To me lilia is a
lighter colour than violet, and this envelope is a lighter colour, but the
catalogue note only 6 known copies, so I have my doubts. Can you tell from
the scan which items this one is, a or b ?
Reacties naar de webmaster
Reactie: De vraagsteller wil graag weten (of aan de scan
te zien is) of deze envelop G13a, violet, of G13b, lila, is, en merkt op
dat lila zeldzaam is. Het is natuurlijk moeilijk zonder
vergelijkingsmateriaal, maar het zegelbeeld hier lijkt veel te donker om
lila genoemd te worden en komt in kleur nogal overeen met de 'gewone'
paarse schrijfinktkleur van toen. Behoudens tegenbewijs zou ik daarom 'gewoon'
G13a zeggen.
Without material for comparison it is difficult, of course, but the stamp
impression here looks much too dark to be called lila, and it
rather resembles the 'purple' ink of the handwriting. For lack of evidence
to the contrary, I'd say the envelope is 'just' G13a, violet.
(Frans van de Rivière, 2007-05-13)
|