| Vraagbaak archief vraag 81 - 90 | ![]() |
|
Reactie: Vellinga op blz 128 (onder Martinmachine) zegt o.m. "Stempel 209.....De machine voldeed te 's Gravenhage niet en is later te Zierikzee beproefd; de middellijn van den stempel van Zierikzee bedroeg 27 mm. Aldaar werd de machine ook afgekeurd. Benders geeft aan: 13 Maart - 1 April 1906." De datum van 27 Maart op het hier afgebeelde stempel valt in deze periode. In "De Stempelrubriek uit "De Philatelist, 1927-1939" staat op blz. 8 een afbeelding van het desbetreffende Zierikzee stempel. Het werd gebruikt als handstempel in tegenstelling tot de Martin machine stempels, die overigens allemaal een nummer onderin dragen, i.p.v een grote ster. Het Zierikzee stempel werd ook als aankomststempel gebruikt. Hans Kremer Wie heeft er informatie over dit gebruik van een Engelse postzegel? Reacties naar de webmaster Reactie: Ik weet niet zeker van de vraagsteller bedoelt met de zin : "Wie heeft er informatie over dit gebruik van een Engelse postzegel?" Het is een engelse postzegel omdat het een engelse rekening is, voorzover ik kan zien. En de postzegel is gebruikt als fiscaalzegel wat heel normaal is, want op de postzegel staat namelijk "Postage and Revenue", dus te gebruiken als postzegel en fiscaalzegel wat ik GB t/m Elisabeth gebruikelijk is/was. G.A.van Albada Reactie: Engelse postzegels konden gebruikt worden voor frankering EN belastingzaken ( het staat er zelfs op!!! Postage & Revenue). Het is in het geval van deze vraag dus een belasting zegel Ter verduidelijking een scan van een stuk met zowel een engels zegel en een Nederlands 10cts belastingzegel ( met perfin J.H. ) welke zegel het zelfe doel heeft als de 1 penny zegel op de factuur van de vraagsteller, Lex Geijs.
Bijzondere diensten vanuit rijdende postkantoren. De meest voorkomende is: aangetekende brieven versturen. Een enkele adreskaart voor een pakket komt ook nog wel voor. Betrekkelijk weinig komt de expressebrief voor (Afb: Rijdend Postkantoor Dieren, 25 VI 84 -17, adres van afzender is in Hoog-Keppel). Hierover gaat mijn vraag: Wie kent de procedure van het verzenden van een expressebrief via een rijdend postkantoor? Mijn veronderstelling is dat de bief in elk geval gedurende de gehele rit van die dag nog in het rijdend postkantoor aanwezig blijft; en hoe zit het dan met de verzending per expresse? Merkwaardig bij deze brief is het aankomststempel op achterzijde: S(oest Nij??)verheidsweg, 25 VI 84 -16. reactie: In de jaren tachtig waren er meerdere expresse slagen. Er was een verzending rond 11.00. Dit was mede afhankelijk van de plaats van verzending. In de periferie van Nederland was dit een gebruikelijk tijdstip. Deze brieven werden 's avonds afgeleverd. De uuraanduiding in de stempel was toen nog heilig. Stempelen met het tijdstip 17.00 zoals in de stempel van het rijdende postkantoor geeft aan dat deze expressebrief pas 's avonds bij terugkomst in Dieren werd verzonden. Normaliter betekende dat bestelling de volgende dag tussen 07.00 en 09.00 's morgens. Afleveren in Soest op de zelfde dag kan in theorie. Dieren voert af naar het EKP Arnhem die wisselen uit met EKP Utrecht. vanuit dit EKP naar bestelkantoor waar Soest onder ressorteert. Meestal zijn dat echter kantoren met stempels zonder straatnaam aanduiding. Ik denk dat de Nijverheidsweg een Voorsorteercentrum was. De standplaatsen van het rijdend postkantoor Dieren waren Dieren Kruisstraat, Drempt, Hall, Hoog Keppel, Hummelo, Laag Souren, Leuvenheim en Spankeren. (in alphabetische volgorde ) Hoe belangrijk de uuraanduiding was blijkt uit de brief van Tiel Naar Kerkrade.( Gestempeld zonder uuraanduiding. Daarna een stempel met de uuraanduiding 11.00 uur. Dit was te laat voor bestelling op dezelfde dag, Dus corrigeren en de juiste aanlevertijd stempelen, zijnde voor 10.00 uur. Brosius. ![]() Brief van Makasser naar Hamburg 13-2-24. Boven het zegel staat de naamstempel MAKASSAR in violet. In de Poststempel catalogus van Ned. Indie wordt geen melding gemaakt van dit langstempel. Is dit een uniek stempel of heeft dit stempel een minder officieel karakter? Reacties naar de webmaster reactie: Dit lijkt mij beslist geen officieel stempel. Webmaster. reactie: De Javasche Bank had in diverse plaatsen een vestiging. De afgebeelde brief is van het kantoor in Makasser. Door de bank is het kantoorstempel (gespeld Makassar) achter het opschrift van de, door alle vestigingen gebruikte, standaardenvelop gestempeld. Peter Storm van Leeuwen n 1884 werden aan een tiental kleine postkantoren caoutchouc (gummi) stempels uitgereikt. Het experiment was geen succes en weldra werd overgegaan op metalen stempels. Wie weet waarom juist deze tien kleine kantoren voor het experiment werden aangewezen en door wie werden die stempels gemaakt? Hans Kremer. Reacties naar de webmaster Meer informatie Wat precies de overwegingen zijn geweest om de Nederlandse rubberen stempels na korte tijd weer buiten gebruik te stellen, weet ik niet, maar ze laten zich wel raden. Ze zijn natuurlijk voor kleine postkantoren (plaatsen met weinig gebruik) ingevoerd, omdat rubber stempels veel minder duurzaam zijn dan stalen stempels. Maar ook de postbeambten daar zullen geleerd hebben om (stalen) stempels met kracht 'af te slaan', en daar kunnen rubberen stempels niet goed tegen. Ook is er de kwestie van de inkt: stalen stempels moet je met oliehoudende inkt gebruiken, rubberen stempels met inkt op waterbasis. Doe je het omgekeerde, dan tast het water het staal aan en de olie de rubber! In de U.S.A. en het Verenigd Koninkrijk worden wel veel rubberen stempels gebruikt. In de U.S.A. werden ze in de jaren 1890 (ergens tussen 1893 en uiterlijk 1898) verboden, maar vanaf ca. 1904 weer op grote schaal ingevoerd; voor de loketdienst van grotere kantoren met roodpaarse ('purple') inkt, de laatste jaren met vuurrode. In kleine postkantoren (zonder stempelmachine) met zwarte inkt. In het U.K. nemen rubber stempels ongeveer de plaats in, die rolstempels in Nederland hebben (pakjes en 'large flats', poststukken die te groot zijn voor de stempelmachine). Frans van de Rivière, 2003-07-31 Kaart verzonden per conducteur op 29-4-1878 vanaf hulpkantoor Oldenbroek volgens mij hadden hulpkantoren geen franco-kastje stempels Kan het zijn dat deze kaart door een Veldpostkantoor behandeld werd???? Oldenburg was een belangrijke legerplaats waar tijdens oefeningen een veldpostkantoor actief was. de kaart heeft miltaire kenmerken , gecodeerde afzender en handelt over militaire zaken. Reacties naar de webmaster reactie:De Legerplaats Oldebroek is op 22-02-1877 opgericht en had toen de naam Kamp bij Oldebroek. Het was een tentenkamp en eerst na 01.10.1878 onstond er legering en werd het een legerplaats. Op de daar opgerichte Artillerie Schietschool werden tussen mei en november cursussen gegeven voor officieren en onderofficieren in het schieten op de Oldebroekse Heide. Het eerste schot viel op 02-07-1877. De behoefte het militaire personeel daar op een efficiente manier naar toe te laten reizen werd mogelijk door het bestaande station "Elburg-Oldebroek" op de spoorlijn Utrecht-Amersfoort-Zwolle. De aanwezigheid van dat station bood de mogelijkheid aan Defensie om makkelijk personeel en materieel op te voeren naar het schietkamp en was een van de redenen waarom het kamp daar werd gevestigd. Bij die halte werd door de staf van het kamp ook post van het kampcommando en cursisten meegegeven aan de conducteurs en die post werd behandelt door het reeds vanaf 01-03-1872 in werking getreden spoorwegpostkantoor Utrecht-Zwolle. Dit kantoor ontving toen nummerstempel 141 en op 24-01-1874 een dagtekeningstempel (K 69 , V 81) zoals op bovengetoonde kaart. De conducteurs op de lijn Utrecht-Zwolle-Kampen hadden de bevoegdheid om post te taxeren en hadden daarvoor het stempel "Franco" gekregen dat volgens voorschrift in combinatie met het dagtekeningstempel gebruikt moest worden. Het "Franco"-stempel moesten zij "mede" als vernietigingsstempel hanteren. Het getoonde stempel "Franco" is dus niet afkomstig van een veldpostkantoor (die bestonden helemaal niet tussen 1836 en 1904) noch van een legerplaats-hulp(post)kantoor. Dat ontstond in Oldebroek pas na 1893 (omsteeks 1909, zie V 144). Jan van der Meer Pakketkaart met o.a. kleinrond Vlissingen Stn. Wie weet het hoe en waarom van het gebruik van dit stempel. twee versies heb ik inmiddels: 1 :de twee 20cts zegels waren vergeten te stempelen in Krommenie dus werd dit in Vlissingen gedaan ( lijkt me erg onwaarschijnlijk) 2: Exporteurs werkten/werken met "freight forwarders", voor export , in Krommenie vond men dat het pakket wel voor het tot 1Kg tarief gefrankeerd kon worden = 60cts in Vlissingen woog men toch echt meer en plakte dus postzegels voor het 1 tot 3Kg tarief ( = 100cts) daarom werden alleen deze zegels in Vlissingen gestempeld. Reacties naar de webmaster
Op blz. 125 van het boek "Poststempels Nederlands-Indie 1864-1950" van Bulterman staat de eerste dag van gebruik van het stempel van Weltevreden voor de Soerabaiasche Jaarmarkt is 21-7. Op deze zegel (N.I. 163) staat duidelijk de datum 10-4-24 5-6N. Is er sprake van: a-een vervalsing, b-te vroeg gebruik of c-staat er een foutje in Bulterman's boek? Indien er een foutje in het boek staat, waar (in welk boek) kan ik dan de juiste data vinden? Reacties naar de webmaster Een oplossing voor deze vraag kan ik (nog) niet geven, wel een reactie. In 1924 is te Soerabaja een jaarmarkt gehouden van 25 september t/m 12 oktober. Propagandastempels werden ongeveer 3 maanden gebruikt met als laatste gebruiksdatum de laatste dag van de jaarmarkt. A.C. Forbes Wels geeft in zijn manuscript "Stempels in Nederlandsch-Indië in gebruik sedert de organisatie van de Posteryen in 1862(1864)" (ca. 1935) op p.34 aan dat 21 juli de datum van ingebruikneming van dit handstempel te Weltevreden is. De uitvoerige artikelenserie "Reclame- en gelegenheidsafstempelingen in Nederlandsch Indië" van dr. W. Weigand in Het Postzegelblad voor Indië (jaargang 1937) behandelt en illustreert deze stempels ook en noemt op p.142 eveneens als gebruiksdata 21 juli t/m 12 oktober 1924. Conclusie: Bulterman geeft de juiste gebruiksdata aan. Nu is het merkwaardige dat de Jubileumzegels hun geldigheid verloren op 30 april 1924. Is er sprake van een dubbele toevalligheid? Zowel een verkeerde datum in het stempel als een afstempeling na de geldigheidsperiode? Of heeft Weltevreden dit propagandastempel al zo vroeg ontvangen en heeft een postbeambte (met het risico op ontslag) de zegel inderdaad op 10 april afgestempeld? Ik zou de zegel in handen moeten hebben om te kunnen trachten na te gaan of er sprake is van een vervalsing. Dat is vanaf het beeldscherm niet te zien. Het is in ieder geval een opmerkelijk prachtige afdruk... Peter Storm van Leeuwen De eigenaar heeft mij de zegel toegestuurd en ik heb de afstempeling goed kunnen bestuderen. Na vergelijk met enkele andere duidelijke afdrukken uit 1924 (van 13-8 en 10-9) staat vast dat het gebruikte stempel beslist echt is. Het is een raderstempel waarbij de datum- en uurkarakters in de juiste stand gedraaid kunnen worden. Het raadsel blijft echter bestaan: hoe kan deze datum op deze zegel? Peter Storm van Leeuwen Wie weet er wat meer van dit stukje reclamedrukwerk af? Reacties naar de webmaster Reactie: Zie Handboek Postwaarden Nederland pag. B2-42: Het betreft hier een reclame zegel van N.V.Steendrukkerij Van de Ven ’s-Gravenhage, in lithografie. Carel Mikkers Nog een reactie: Deze reclamezegels staan vermeld in het boekje van Pieter v.d. Loo over vervalsingen. In het falsificatenalbum van Contact schept Kracht heb ik er een heel stel van zitten. Zie scans. Vr. groeten, D.L.A. Tjaden
In aansluiting op de antwoorden op vraag 81 kan ik
nog vertellen, dat ik in het bezit ben van een strook met de complete
serie van 12 zegels in oplopende volgorde. |